De geheimen van kerst: de dertiendag

Vandaag zijn we de dertiendag: driekoningen. Zo genoemd omdat het de dertiende dag is na kerst, een overblijfsel van het joelfeest van de Germanen. De dag waarop de magiërs of astrologen uit Perzië (jawel, Iran, wat zou Trump daarvan zeggen?), want dat waren de drie koningen, letterlijk ‘magi’, de ster volgden. Een ster volgen? Symbolisch natuurlijk. Misschien is het gewoon de boodschap om te leven volgens de kosmos, mee met de natuur. En als je dat doet, bereik je ‘het kind’, Jezus. Zolang je voldoende dankbaarheid betoont (de geschenken).

Zes januari is in de Oosters orthodoxe kerk Kerst, de epifanie of openbaring: het moment waarop Jezus voor het eerst in het publiek verscheen. De drie koningen zijn ook een mooi symbool voor de diversiteit op deze wereld: ze worden meestal van allerlei leeftijden voorgesteld en van drie verschillende rassen. Of gewoon de mensheid, wel zonder vrouwen, maar dat zal ik maar aan de tijd van toen wijten zeker? Of ze echt bestaan hebben? Wellicht niet, maar toch zouden in de Dom van Keulen hun resten rusten. Wie meer wilt weten over de geschiedenis van de Driekoningenlegende, kan op deze website er meer over lezen.

In sommige streken bestaat de traditie om op 6 januari een driekoningentaart te eten. Vaak een frangipanetaart waarin een boon verstopt zit. Wie de boon eet, is die dag koning, daar heeft iedereen dan een boontje voor. Wellicht komt dit van de Germanen die de wintervasten doorbraken door het eten van peulvruchten. Als er geen bonen in de taart verstopt zitten, zijn het soms munten of kleine figuurtjes,. Het verzamelen van die figuurtjes zou fabofilie heten (faba=bonen).
bron: www.canvas.be/cultuur/drie-koningen

Maar waar ik de meeste herinnering aan heb, is het zingen van driekoningenliedjes in ruil voor een beloning. Toen kreeg ik nog iets voor mijn gezang, wat tegenwoordig niet meer het geval is. Het bekendste liedje dat ik me nog herinner, is het volgende:
“Drie koningen, drie koningen, geef mij een nieuwe hoed
De oude is versleten, mijn moeder mag het niet weten
Ons vader heeft het geld op de rooster geteld.”
Mij doet deze tekst natuurlijk aan iets anders denken dan de letterlijke betekenis van de woorden: ‘geef mij een nieuwe hoed’: geef mij een ander bewustzijn (overigens op het schilderij De aanbidding der wijzen van Pieter Paulus Rubens wordt het hoofddeksel van één van de drie koningen opgeheven). ‘De oude is versleten’: mijn vorige zienswijze, mijn vorig bewustzijn is versleten, is oud, heeft afgedaan. ‘Mijn moeder mag het niet weten’: de buitenwereld of mijn moederkerk mag het niet weten, een verwijzing naar een ‘ketters’ of niet-aanvaard geloof?
‘Ons vader heeft het geld op de rooster geteld’: misschien een verwijzing naar Judas en het geld waarmee hij werd omgekocht, maar dat strookt niet met het woord ‘vader’. Moeder staat vaak symbool voor het materiële, vader voor het geestelijke. Wie de juiste spirituele weg volgt, die wacht ‘goud’, de beloning, maar heeft eerst een moeilijke weg afgelegd (het rooster).

Er is nog zoveel te vertellen over de kerstperiode, één van de meest speciale periodes van het jaar, maar ik zal het hierbij laten. De rituelen die we uitvoeren, de traditie die we eren, is een mengelmoes van verschillende invloeden en religies. Het is een periode vol symbooltaal, over een nieuw begin, wederopstanding, nieuwe voornemens voor een komend jaar en vooral hoop op vrede. Laten we vooral dat laatste niet vergeten.

Vervolg: de geheimen van kerst: de dertiendag.