Soms zijn dingen toeval en soms niet

Soms vraag je je af of iets toeval is of er bepaalde krachten aan het werk zijn die dingen laten gebeuren. Voor wie de thriller Niets is wat het lijkt. Het witte dorp nog niet gelezen heeft, stop met lezen. Want er is een SPOILER

Stel je voor : je schrijft een boek. Een deel van je verhaal draait rond verborgen symboliek en één cijfer dat verborgen zit in de kerk van Lissewege. Je manuscript is klaar. Je stuurt het naar de redacteur waar je mee samenwerkt.

Enige tijd later krijg je je manuscript terug. Je schrapt, verbetert en voegt toe. Je stuurt het terug naar de redacteur die ook het grafisch werk doet. Je hebt een aantal foto’s bij elkaar gezocht om je verhaal te ondersteunen.

Je krijgt alles terug, maar nu grafisch uitgewerkt, in boekvorm. En wat zie je? Alhoewel je het niet zo bedoeld had heb je 260 pagina’s en 39 foto’s in je boek. Beide cijfers verwijzen naar het getal waarrond je geschreven hebt. Want 260/20 = 13 en 39/3 = 13.
Dan ben je toch eventjes verwonderd. Verwonderd over hoe je deel uitmaakt van een Goddelijke Komedie die het universum heet. Maar eigenlijk had ik niet meer verwacht, als je geboren bent op 1 april, dan weet je dat je leven wellicht één Goddelijke Komedie zal zijn.

O ja, toen ik dit blogbericht geschreven had, maar nog niet gepubliceerd, passeerde ik op de terugweg van de dierenarts een bord met een cijfer voor de marathon die dit weekend Lissewege passeert. Zie de foto . Een bord juist na het kapelletje van Ter Doest en met zicht op het dorp en de kerktoren. En wat was dat cijfer als je naar Lissewege keek ? Juist ja, wie mijn boek gelezen heeft of een rondleiding gevolgd heeft, kan zich nu nog afvragen of toeval nog bestaat of dat wij inderdaad leven in een Goddelijke Komedie.

Woorden uit het verleden

Soms moet je eens opruimen. Wat ik nu aan het doen ben : ander leven, ander werk, ander huis. Ik ben volop ‘grote kuis’ aan het houden. En dan vind je al eens iets terug. Zoals de scriptie, het interview dat ik in het derde of vierde middelbaar als groepswerk (we waren met een groepje van 3) moest afnemen van iemand met een speciaal beroep. We hadden gekozen van Johan Ballegeer, de schrijver uit mijn dorp Lissewege. ‘We’, ik moet eigenlijk zeggen, ik had het voorgesteld. En schrijver was een speciaal beroep, dus de twee anderen waren akkoord.

Ik wil jullie het interview niet onthouden. Want voor mij was het zeer speciaal om te lezen, zeker nu ik mijn eerste boek heb geschreven. Tijdens opzoekingswerken voor mijn boek, werd ik vaak met artikels en boeken van Johan Ballegeer over Lissewege geconfronteerd. En toen herinnerde ik mij plots dat ik jarenlang een foto van hem met handtekening op mijn kast staan had. Nu vind ik zijn interview terug. Enkele gele velletjes papier in een plastieken kaftje, getypt met een typmachine, waarin mijn oud geschrift soms een verbetering had aangebracht. De vragen zou ik nu wel anders stellen. Het zijn vragen van een vijf- of zestienjarige in de jaren tachtig.
Zou hij het eerste zaadje gepland hebben dat uiteindelijk geleid heeft tot mijn boek waarin de tempeliers en Lissewege een rol spelen ?

In ieder geval weet ik wel nog dat ik het ‘magisch’ vond om met een schrijver te praten, zelfs in zijn werkkamer, waar hij omringd zat met boeken en kasten die vol staken met steekkaarten waarop allerlei informatie geschreven was in een minitieus geschrift. Een magische kamer vond ik het. Iets meer dan dertig jaar later ben ik zelf officieel ‘schrijver’. Omringd door boeken. Niet met steekkaarten, maar met Evernote, notitieblok op smartphone, papieren notitieboek en losse briefjes om alles te onthouden. De magie van het schrijven heb ik al ontdekt. Nu nog een magische kamer vinden…

“We gingen vol verwachting naar de Europastraat 24 te Lissewege. Toen we daar aankwamen, werden we vriendelijk ontvangen door de vrouw van Johan Ballegeer. Zij zond ons naar het kamertje waar de schrijver werkt. Daar aangekomen, keuvelden we eventjes over koetjes en kalfjes en toen begonnen we aan het interview…
Waarom werd u eerst onderwijzer en bent u niet onmiddellijk schrijver geworden ?
Als ik 30 jaar geleden, toen ik begon te schrijven, evenveel succes had, zoals ik nu heb, dan zou ik schrijver geworden zijn. Maar dan wist men niet wie je was. Niemand vraagt je of je een boek wilt schrijven. Niemand kent je, ook de uitgevers niet. Je gaat zomaar in je eentje een boek schrijven. Je weet ook niet wat dat in het laatje zal brengen. Een moeilijke situatie. Ik ben gewoon in het onderwijs gegaan omdat mijn vader dat wou. Mijn vader vond dat ‘ideaal’ onderwijzer worden. Ik heb altijd geprobeerd er het beste van te maken (hier wijdt Johan Ballegeer eventjes uit). Als we zouden weten wat te doen als het te laat is, dan zou iedereen het anders doen. Toen dacht ik dat onderwijzer een ideaal beroep was. Nu voel ik me beter als schrijver.
Heeft u bepaalde studies moeten doen om schrijver te worden ?
Nee, dat kun je gewoon niet. Je kunt niet voor schrijver leren (hier gaf hij enkele voorbeelden). Je moet eerst en vooral een ontzettende documentatie aanleggen. Je moet bijna je eigen encyclopedie maken (hierop toonde hij zijn bakken met steekkaarten). Als je al het materiaal verzameld hebt, dan begin je een korte inhoud te maken zoals bijvoorbeeld bij een opstel. Nee, voor schrijver kun je niet leren. Dat ben je. Je bent een geboren ‘leugenaar’. Je kunt goed schrijven. Van sommige dingen ken je iets, bijvoorbeeld van schepen. Als je wat van techniek kent, schrijf je science-fictions. Maar ik ken niets van techniek. Ik weet alleen dat een raket omhoog gaat, als hij niet valt tenminste. Dus moet ik niet proberen een science-fiction te schrijven. Je kunt het of je kunt het niet. Je hebt gevoel voor ritme of voor muziek of voor een mooi verhaal. Zoals bijvoorbeeld bij ‘Geen meiden aan boord’ als Marjanne bij het graf van haar vader staat, heb ik zitten wenen. Als je dat niet hebt….
Waar haalt u de inspiratie vandaan ?
O, dat is niet moeilijk. Er gaat iets voorbij en hop, je hebt inspiratie. Mijn dochter bijvoorbeeld zat altijd op haar nagels te bijten. Toen heb ik Judith geschreven (hier geeft hij enkele voorbeelden). Maar inspiratie, als men mij maar kan zeggen wat inspiratie is. Ik weet het niet. Je ziet iets en zegt : ‘Hé, wat is dat ?’ en je gaat opzoekingen doen. Je denkt : ‘Is dat zo gegaan ?’. Je vindt het de moeite waard om verder te vertellen. Je hebt soms schrijvers die zeggen : ‘Ik had geen inspiratie.’ Dat wil zeggen : ‘Ik was te lui om te werken.’
Welk boek dat u zelf geschreven heeft, vindt u het mooist ?
Nou, ik vind het jongste het mooiste. Ik vind ‘Geen meiden aan boord’ het mooiste (hier wijdt hij eventjes uit).
Welke boeken schrijft u het liefst : historische of toeristische ?
Die toeristische boeken, dat is gewoon omdat men het aan me vraagt. Het liefst zou ik boeken schrijven zoals ‘Geen meiden aan boord’. Maar af en toe komt er een uitgeverij die wil dat ik bijvoorbeeld een boek over Brugge schrijf. Omdat men me dat vraagt, doe ik dat. ‘Geen meiden aan boord’ is me ook gevraagd, hoor. (Hierop legt hij uit hoe het gebeurde) (nu drinken we iets).
U schrijft veel historische boeken, waarom nooit science-fictions bijvoorbeeld ?
Wel, voor science-fictions moet je iets van techniek weten. Zoals ik al heb gezegd, weet ik daar niets over. Ten tweede : de mensen blijven even dom. Asl we hen steeds maar weer op hun stommiteiten uit het verleden drukken, begrijpen ze misschien dat ze uit het verleden kunnen leren. Er zijn altijd allerlei stommiteiten gebeurd. Mijn boeken zijn eigenlijk anti-oorlogsboeken (hier legt hij dit eventjes uit).
Bestonden enkele personages uit uw boeken in het werkelijke leven?
Wel, Judith, de eerste gravin van Vlaanderen bestond echt. ‘De H77 is gebleven’ is ook echt gebeurd. Er hangt zelfs een foto van de scheepsjongen in een kapel in Knokke-Heist. ‘Koning David’ is ook echt gebeurd. Ik zeg niet dat Marjanne uit ‘Geen meiden aan boord’ echt heeft bestaan zoals ze daar beschreven staat. Maar het liedje ‘daar was laatst een meisje loos’ bewijst het.
Wie tekent de omslagen van uw boeken?
Vroeger was dat S.V., maar die is plotseling ziek geworden. Zeer spijtig. Nu is het André Sollie. En die tekent zeer mooi. IK koos hem ook omdat hij de ontwerpen van de omslag geeft. Sommige illustrators willen dat niet doen. (hij toont enkele ontwerpen van omslagen die aan de muur hangen)
Hebt u zoals enkele acteurs en schrijvers een groot voorbeeld?
Ik probeer mezelf te zijn. God, nee. Ik vond het altijd zo vreselijk, zo van die jongetjes op de speelplaats : ‘ik ben Tahamata en ik ben die….’ Blijf jezelf. Je bent jezelf waard. Wat je zelf bent, ben je. Ik ken een meisje dat staat te wringen en te draaien zodat het Sandra Kim is. Ik vind het zo belachelijk dat het groot is. Vindt ze haarzelf niet goed genoeg? Iedereen heeft toch zijn eigen waarde. Waarom zou ik iemand nabootsen? Ik ben Johan Ballegeer en ik voel me goed in mijn vel. Ik heb niemand nodig. Er is niemand die moet zeggen dat ik moet doen. Dat wil niet zeggen dat ik in het begin geen raad heb gevraagd aan oudere collega’s, dat wel. Maar zo opkijken naar iemand? Nee. Ik heb wel een grote bewondering voor Filips de Schone (hierop wijst hij naar een beeld van Filips de Schone dat in de hoek van de kamer staat). Maar dat wil niet zeggen dat ik me aan hem optrek. Men moet zich aan zichzelf optrekken. Men moet proberen met ziekten, problemen, tegenslagen, ja zelfs met buizen door het leven te gaan.
Zit het schrijversbloed in de familie?
Mijn jongste dochter heeft ooit eens een verhaaltje geschreven voor Zonneland. Toen kreeg ze daar 2000 fr. voor. ‘Is ’t al,’ zei ze. ‘Ik doe het niet meer’. Ja, ze kunnen wel maar ze willen niet. Ze dacht dat ze er minstens een paard zou voor kunnen kopen. Zo rap gaat dat niet. Je moet kleintjes beginnen.


Dat waren de woorden van Johan Ballegeer, meer dan dertig jaar geleden. Jammer dat ik zijn ‘uitweidingen’ niet heb genoteerd, welke informatie gaf hij daar niet weg ? Informatie die een beginnend schrijver van pas zou kunnen komen, daar ben ik wel van overtuigd. Dus heb ik zelfs gedaan wat hij in het interview zei : klein beginnen en jezelf blijven. Vandaar een simpele thriller in eigen beheer uitgeven. In welke omstandigheden je ook zit : blijf altijd jezelf, blijf jezelf trouw en wat je ook wilt doen : het zijn de kleine daden, de kleine stapjes die kunnen zorgen voor een groot resultaat.

Dank je wel Johan Ballegeer, voor deze wijze raad uit het verleden.
Johan Ballegeer (1927-2006)

Foto : www.zwinstreek.eu

Bestsellers for dummies : een gratis e-book

Het boek “Een bestseller schrijven voor dummies” uit 2009 is niet meer verkrijgbaar in de boekhandel, tenzij je geluk hebt op tweedehandssites of een boekenmarkt, daar zijn er altijd ontdekkingen te doen. Maar de auteur, Bart Van Lierde, biedt het gratis aan via zijn website. Het e-book behandelt op een praktische manier de wijze waarop je een boek schrijft. Alle facetten van komen hierbij aan bod : spanningsopbouw, evolutie van een karakter, plot… en hoe je met een manuscript naar een uitgever stapt. Het is een heel praktisch boek.

Bart Van Lierde debuteerde met historische fictie : Violist van de duivel. Hij schreef De dief met duizend gezichten (jeugdroman),  Zot van A (komedie), 160 kilo (psychologische roman) en Mokerslag (misdaadroman).

Je kan het boek vinden via deze link, naast enkele andere boeken die niet meer in de handel te verkrijgen zijn : http://www.bartvanlierde.be/page/download

Wat gaf de doorslag om een boek te schrijven ?

Tips via het boekje schrijfmagie voor beginnende schrijvers.

Met vzw Cunamo is er een project Bokido dat loopt om kinderen te helpen een eigen boek of strip te maken. In kader van dit project werd contact gezocht met verschillende jeugdauteurs met de vraag om tips te geven aan kinderen hoe een goed verhaal te schrijven. Bij de opmaak van dit boekje ‘Schrijfmagie’ begon het langzaam te kriebelen. Om te doen wat ik zelf stiekem al lang wou doen : een boek schrijven. De tips hebben me overigens geholpen. Tips voor kinderen tellen ook voor volwassenen. En ik had door een burn-out tijd. Dus als ik een boek wou schrijven, moest ik het nu doen. Ik nam loopbaanonderbreking en begon te schrijven. De rest is geschiedenis.

Wie waren de jeugdauteurs die de tips gaven ? Bart Moeyaert, Jonas Boets, Anne Provoost, Vera Van Renterghem, Marc De Bel, Dirk Braecke, Guy Didelez, Karen Dierickx, Johan Vandevelde, Danny De Vos, Nico De Braeckeleer, Judy Voogd, Cis Meijer en Luc Descamps.

Het boekje kan je nu als e-book bestellen voor 4,99 euro (60 pagina’s met 31 schrijfoefeningen). Je steunt er het project Bokido mee.

De 10 geboden van de beginnende schrijver

De 10 geboden van de beginnende schrijver door Bo Vickery. Enkele tips voor beginnende schrijvers.

Ok, je bent van plan om een boek te schrijven, net zoals ik. Van plan, dat is misschien een groot woord. Het is iets wat je al altijd wou doen, maar tot nu toe nog niet gedaan hebt. Geen tijd, je durft niet, hebt faalangst of wat de reden ook is om niet te schrijven, vergeet ze. Als je wilt schrijven, echt wilt schrijven, dan zal je er toch moeten aan beginnen. Dus wil ik 10 geboden mee geven. Ja, het is misschien pretentieus om zelf als beginnend schrijver maar onmiddellijk te zeggen wat te doen. Maar hé, misschien hoor je het best van een beginneling die de weg heeft afgelegd die jij stiekem ook zou willen volgen. En waarom 10 geboden ? Als je mijn thriller ‘Niets is wat het lijkt. Het witte dorp’ hebt gelezen, begrijp je waarom.

1. Gij zult durven

Wat je ook wilt schrijven : een kookboek, poëzie, een biografie, een boek over je familie, een roman, gelijk wat, durf er gewoon aan te beginnen. Niet morgen, overmorgen of volgende week. Neen, vandaag nu. Tenminste nadat je dit blogbericht hebt gelezen. Wat houdt er je tegen ? Wacht je op het moment dat je veel tijd hebt ? Dat moment komt er misschien nooit. Dus stel niet uit wat je vandaag al kunt doen. Schrijf ! Nu. Subiet.

2. Gij zult tijd maken

Als je wilt schrijven, zal je tijd moeten maken. Dat betekent concreet dat je iets zult moeten opofferen. Iets niet meer doen wat je nu wel doet. Probeer elke dag te schrijven. Een kwartier, tien minuutjes, een halfuur. Jij bepaalt welke tijdspanne. Maar maak tijd. Elk weekend een uur. Elke maand een halve dag. Wat je ook beslist, zonder tijd, kan je niet schrijven.

3. Gij zult een eigen plaats zoeken

Dit wordt dikwijls vergeten, maar maak plaats om te schrijven. Zoek ergens een plek waar je gemakkelijk zit en graag zit om te werken op je computer. Als je een boek schrijft dat veel research vraagt (welk boek vraagt geen research), zal je misschien een eigen bureau of zelfs kamer moeten inrichten om ruimte te hebben zodat je creativiteit en inspiratie op het papier vloeit. (Ja, ik weet het. Er is niet echt sprake van papier, maar het computerscherm waarop je creativiteit en inspiratie vorm krijgt. Alhoewel, uiteindelijk komt het wel op papier terecht. Tenminste als het om een papieren boek gaat en geen luisterboek of e-boek.)

Wil je weten waar andere schrijvers schrijven ? In het boek Where the magic happens. Schrijverskamers van Huib Afman krijg je een blik op de schrijverskamers van Herman Brusselmans, Connie Palmen, Midas Dekkers en vele meer.

4. Gij zult jezelf een doel stellen

Je hebt tijd vrijgemaakt, je hebt een plaats gevonden. Nu moet je jezelf nog een doel opleggen. Moet dit ? Neen, maar het zorgt er wel voor dat je blijft schrijven. Je kan kiezen voor een aantal woorden per dag dat je wilt schrijven of een aantal woorden dat je tegen het einde van de week wilt hebben. Maar je kan ook een einddatum vooropstellen voor je boek. Alhoewel dat niet altijd verloopt zoals je wilt. Mijn einddatum heb ik een aantal keer moeten verschuiven omdat ik steeds weer geconfronteerd werd met nieuwe informatie waardoor mijn verhaal uiteindelijk een heel andere richting is uitgegaan dan ik in het begin dacht. Maar hoeveel woorden per dag is zo de norm ?

Het is moeilijk om over een norm te spreken. Dit verschilt van schrijver tot schrijver. Enkele voorbeelden, maar hou er rekening mee dat deze schrijvers zich vaak fulltime konden wijden aan het schrijven :

5. Gij zult lezen

Lees. Als je niet leest, dan moet je niet beginnen schrijven. Lezen helpt je de structuur van verhalen begrijpen, hoe je spanning opbouwt, hoe je personages vormgeeft. Maar ook : waar zet je een komma, aanhalingstekens, enzovoort… Plus boeken bieden je inspiratie voor je eigen verhalen. Ze scherpen je fantasie. Boeken zijn middelen om kennis op te doen over je onderwerp. Dus ga naar de bibliotheek, die boekenwinkel of kijk op het internet. En lees.

www.pexels.com – Thought catalog

6. Gij zult kijken

Kijk om je heen. Ook daar ligt er inspiratie te wachten. Een gesprek, een plaats, een gebeurtenis. Alles kan inspiratie geven voor een verhaal. En merkwaardig genoeg ontmoet je soms mensen, kom je dingen tegen die je verder helpen bij je verhaal. Zo was het bij mij toch. Dus kijk rond je. Want wat als je juist dat mist, dat je verhaal naar een hoger niveau tilt. Dat zou jammer zijn.

7. Gij zult noteren

Inspiratie doe je dus overal op. Soms zelfst tijdens de afwas, het schoonmaken of terwijl je in de wagen zit. Op de meest onverwachte moment overvalt je iets dat je kan gebruiken voor je verhaal. Een ingeving, een toevallig gesprek dat je opvangt in een café. Je denkt : ‘ik zal dat wel onthouden.’ Vergeet het, je onthoudt dat niet of toch zelden. Dus zorg ervoor dat je altijd iets bij je hebt om te noteren. Een klein notaboekje. Of Evernote. Een prachtige internettool (of app) waarmee je notities kan bijhouden, ordenen, websites kan onthouden enzovoort…. Ik gebruik de twee : ik heb een notaboekje en Evernote op mijn GSM.

8. Gij zult aanvaarden dat je eerste werkstuk een gedrocht is

Maak je geen illusies. Je eerste werkstuk is normaal niet om aan te zien. Als het anders is, dan ben je een natuurtalent. Mijn eerste werkstuk trok gewoonweg op niets. Veel te langdradig, te uitgebreid, te veel verhaallijnen, niet te volgen. Noem maar op. Het was wel een goede basis om met een nieuw blad opnieuw te beginnen aan mijn huidige boek ‘Niets is wat het lijkt. Het witte dorp.’ Stukken werden gekopieerd en herwerkt, andere delen werden volledig nieuw geschreven. De structuur werd vereenvoudigd. Bij de eerste redactie werd een andere verhaallijn serieus ingekort (de verhaallijn ‘Het verleden’ was uitgebreider). Een boek is een werk van lange adem, vergis je niet. Dus wees niet ongerust als je eerste werkstuk niet onmiddelijk dat is wat het zou moeten zijn. Het is een goeie basis om op verder te werken.

www.pexels.com – picjumbo.com

9. Gij zult fouten maken

Je maakt fouten, hoe dan ook. Of het nu in je verhaalstructuur is, bij je personages (had persoon X geen blond haar in hoofdstuk 1 en daarna grijs haar in hoofdstuk 7 ?), in je taal of bij het uitgeven van je boek. Uit fouten leer je. Dus verwelkom de fouten die je maakt, verbeter ze en doe verder. Geef zeker niet op.

10. Gij zult genieten

Geniet van je schrijfproces. Je bent een eigen werkstuk, een eigen wereld aan het maken. Geniet daarvan. Als je het schrijven eerder als een last ervaart dan een activiteit waar je van geniet, dan is het misschien niet echt iets voor jou. Want het komt niet meer terug, de weg die je aflegt van een leeg blad (computerscherm) tot een volledig afgewerkt boek dat je in je handen houdt. Dus geniet !

Dat waren mijn tien geboden voor de beginnende schrijver. Ik hoop dat je er iets aan hebt. Voor meer gedetailleerde adviezen die je verder helpen, schrijf je in op de nieuwsbrief om mijn blog te kunnen volgen.