Woorden uit het verleden

Soms moet je eens opruimen. Wat ik nu aan het doen ben : ander leven, ander werk, ander huis. Ik ben volop ‘grote kuis’ aan het houden. En dan vind je al eens iets terug. Zoals de scriptie, het interview dat ik in het derde of vierde middelbaar als groepswerk (we waren met een groepje van 3) moest afnemen van iemand met een speciaal beroep. We hadden gekozen van Johan Ballegeer, de schrijver uit mijn dorp Lissewege. ‘We’, ik moet eigenlijk zeggen, ik had het voorgesteld. En schrijver was een speciaal beroep, dus de twee anderen waren akkoord.

Ik wil jullie het interview niet onthouden. Want voor mij was het zeer speciaal om te lezen, zeker nu ik mijn eerste boek heb geschreven. Tijdens opzoekingswerken voor mijn boek, werd ik vaak met artikels en boeken van Johan Ballegeer over Lissewege geconfronteerd. En toen herinnerde ik mij plots dat ik jarenlang een foto van hem met handtekening op mijn kast staan had. Nu vind ik zijn interview terug. Enkele gele velletjes papier in een plastieken kaftje, getypt met een typmachine, waarin mijn oud geschrift soms een verbetering had aangebracht. De vragen zou ik nu wel anders stellen. Het zijn vragen van een vijf- of zestienjarige in de jaren tachtig.
Zou hij het eerste zaadje gepland hebben dat uiteindelijk geleid heeft tot mijn boek waarin de tempeliers en Lissewege een rol spelen ?

In ieder geval weet ik wel nog dat ik het ‘magisch’ vond om met een schrijver te praten, zelfs in zijn werkkamer, waar hij omringd zat met boeken en kasten die vol staken met steekkaarten waarop allerlei informatie geschreven was in een minitieus geschrift. Een magische kamer vond ik het. Iets meer dan dertig jaar later ben ik zelf officieel ‘schrijver’. Omringd door boeken. Niet met steekkaarten, maar met Evernote, notitieblok op smartphone, papieren notitieboek en losse briefjes om alles te onthouden. De magie van het schrijven heb ik al ontdekt. Nu nog een magische kamer vinden…

“We gingen vol verwachting naar de Europastraat 24 te Lissewege. Toen we daar aankwamen, werden we vriendelijk ontvangen door de vrouw van Johan Ballegeer. Zij zond ons naar het kamertje waar de schrijver werkt. Daar aangekomen, keuvelden we eventjes over koetjes en kalfjes en toen begonnen we aan het interview…
Waarom werd u eerst onderwijzer en bent u niet onmiddellijk schrijver geworden ?
Als ik 30 jaar geleden, toen ik begon te schrijven, evenveel succes had, zoals ik nu heb, dan zou ik schrijver geworden zijn. Maar dan wist men niet wie je was. Niemand vraagt je of je een boek wilt schrijven. Niemand kent je, ook de uitgevers niet. Je gaat zomaar in je eentje een boek schrijven. Je weet ook niet wat dat in het laatje zal brengen. Een moeilijke situatie. Ik ben gewoon in het onderwijs gegaan omdat mijn vader dat wou. Mijn vader vond dat ‘ideaal’ onderwijzer worden. Ik heb altijd geprobeerd er het beste van te maken (hier wijdt Johan Ballegeer eventjes uit). Als we zouden weten wat te doen als het te laat is, dan zou iedereen het anders doen. Toen dacht ik dat onderwijzer een ideaal beroep was. Nu voel ik me beter als schrijver.
Heeft u bepaalde studies moeten doen om schrijver te worden ?
Nee, dat kun je gewoon niet. Je kunt niet voor schrijver leren (hier gaf hij enkele voorbeelden). Je moet eerst en vooral een ontzettende documentatie aanleggen. Je moet bijna je eigen encyclopedie maken (hierop toonde hij zijn bakken met steekkaarten). Als je al het materiaal verzameld hebt, dan begin je een korte inhoud te maken zoals bijvoorbeeld bij een opstel. Nee, voor schrijver kun je niet leren. Dat ben je. Je bent een geboren ‘leugenaar’. Je kunt goed schrijven. Van sommige dingen ken je iets, bijvoorbeeld van schepen. Als je wat van techniek kent, schrijf je science-fictions. Maar ik ken niets van techniek. Ik weet alleen dat een raket omhoog gaat, als hij niet valt tenminste. Dus moet ik niet proberen een science-fiction te schrijven. Je kunt het of je kunt het niet. Je hebt gevoel voor ritme of voor muziek of voor een mooi verhaal. Zoals bijvoorbeeld bij ‘Geen meiden aan boord’ als Marjanne bij het graf van haar vader staat, heb ik zitten wenen. Als je dat niet hebt….
Waar haalt u de inspiratie vandaan ?
O, dat is niet moeilijk. Er gaat iets voorbij en hop, je hebt inspiratie. Mijn dochter bijvoorbeeld zat altijd op haar nagels te bijten. Toen heb ik Judith geschreven (hier geeft hij enkele voorbeelden). Maar inspiratie, als men mij maar kan zeggen wat inspiratie is. Ik weet het niet. Je ziet iets en zegt : ‘Hé, wat is dat ?’ en je gaat opzoekingen doen. Je denkt : ‘Is dat zo gegaan ?’. Je vindt het de moeite waard om verder te vertellen. Je hebt soms schrijvers die zeggen : ‘Ik had geen inspiratie.’ Dat wil zeggen : ‘Ik was te lui om te werken.’
Welk boek dat u zelf geschreven heeft, vindt u het mooist ?
Nou, ik vind het jongste het mooiste. Ik vind ‘Geen meiden aan boord’ het mooiste (hier wijdt hij eventjes uit).
Welke boeken schrijft u het liefst : historische of toeristische ?
Die toeristische boeken, dat is gewoon omdat men het aan me vraagt. Het liefst zou ik boeken schrijven zoals ‘Geen meiden aan boord’. Maar af en toe komt er een uitgeverij die wil dat ik bijvoorbeeld een boek over Brugge schrijf. Omdat men me dat vraagt, doe ik dat. ‘Geen meiden aan boord’ is me ook gevraagd, hoor. (Hierop legt hij uit hoe het gebeurde) (nu drinken we iets).
U schrijft veel historische boeken, waarom nooit science-fictions bijvoorbeeld ?
Wel, voor science-fictions moet je iets van techniek weten. Zoals ik al heb gezegd, weet ik daar niets over. Ten tweede : de mensen blijven even dom. Asl we hen steeds maar weer op hun stommiteiten uit het verleden drukken, begrijpen ze misschien dat ze uit het verleden kunnen leren. Er zijn altijd allerlei stommiteiten gebeurd. Mijn boeken zijn eigenlijk anti-oorlogsboeken (hier legt hij dit eventjes uit).
Bestonden enkele personages uit uw boeken in het werkelijke leven?
Wel, Judith, de eerste gravin van Vlaanderen bestond echt. ‘De H77 is gebleven’ is ook echt gebeurd. Er hangt zelfs een foto van de scheepsjongen in een kapel in Knokke-Heist. ‘Koning David’ is ook echt gebeurd. Ik zeg niet dat Marjanne uit ‘Geen meiden aan boord’ echt heeft bestaan zoals ze daar beschreven staat. Maar het liedje ‘daar was laatst een meisje loos’ bewijst het.
Wie tekent de omslagen van uw boeken?
Vroeger was dat S.V., maar die is plotseling ziek geworden. Zeer spijtig. Nu is het André Sollie. En die tekent zeer mooi. IK koos hem ook omdat hij de ontwerpen van de omslag geeft. Sommige illustrators willen dat niet doen. (hij toont enkele ontwerpen van omslagen die aan de muur hangen)
Hebt u zoals enkele acteurs en schrijvers een groot voorbeeld?
Ik probeer mezelf te zijn. God, nee. Ik vond het altijd zo vreselijk, zo van die jongetjes op de speelplaats : ‘ik ben Tahamata en ik ben die….’ Blijf jezelf. Je bent jezelf waard. Wat je zelf bent, ben je. Ik ken een meisje dat staat te wringen en te draaien zodat het Sandra Kim is. Ik vind het zo belachelijk dat het groot is. Vindt ze haarzelf niet goed genoeg? Iedereen heeft toch zijn eigen waarde. Waarom zou ik iemand nabootsen? Ik ben Johan Ballegeer en ik voel me goed in mijn vel. Ik heb niemand nodig. Er is niemand die moet zeggen dat ik moet doen. Dat wil niet zeggen dat ik in het begin geen raad heb gevraagd aan oudere collega’s, dat wel. Maar zo opkijken naar iemand? Nee. Ik heb wel een grote bewondering voor Filips de Schone (hierop wijst hij naar een beeld van Filips de Schone dat in de hoek van de kamer staat). Maar dat wil niet zeggen dat ik me aan hem optrek. Men moet zich aan zichzelf optrekken. Men moet proberen met ziekten, problemen, tegenslagen, ja zelfs met buizen door het leven te gaan.
Zit het schrijversbloed in de familie?
Mijn jongste dochter heeft ooit eens een verhaaltje geschreven voor Zonneland. Toen kreeg ze daar 2000 fr. voor. ‘Is ’t al,’ zei ze. ‘Ik doe het niet meer’. Ja, ze kunnen wel maar ze willen niet. Ze dacht dat ze er minstens een paard zou voor kunnen kopen. Zo rap gaat dat niet. Je moet kleintjes beginnen.


Dat waren de woorden van Johan Ballegeer, meer dan dertig jaar geleden. Jammer dat ik zijn ‘uitweidingen’ niet heb genoteerd, welke informatie gaf hij daar niet weg ? Informatie die een beginnend schrijver van pas zou kunnen komen, daar ben ik wel van overtuigd. Dus heb ik zelfs gedaan wat hij in het interview zei : klein beginnen en jezelf blijven. Vandaar een simpele thriller in eigen beheer uitgeven. In welke omstandigheden je ook zit : blijf altijd jezelf, blijf jezelf trouw en wat je ook wilt doen : het zijn de kleine daden, de kleine stapjes die kunnen zorgen voor een groot resultaat.

Dank je wel Johan Ballegeer, voor deze wijze raad uit het verleden.
Johan Ballegeer (1927-2006)

Foto : www.zwinstreek.eu