Er was eens een  meisje dat wou schrijven. Haar moeder maakte boeken, dus waarom zou zij geen boeken schrijven. Maar ze had geen tijd. Totdat er een moment in haar leven kwam dat haar leven werd stilgezet. Plots was er tijd met hopen. Tijd om te schrijven, maar geen gedichten. Nee, daar deed ze niet aan mee. Dat was iets dat haar moeder deed, niet zij. Totdat enkele jaren later een gedicht in haar hoofd verscheen. Maar toch wou ze niet toegeven. Nee, zij deed niet aan gedichten. Totdat ze er toch eentje op papier zette. Dat was leuk, maar publiek maken, nee daar deed zij niet aan mee. Totdat ze er toch eentje op haar facebookpagina als schrijfster plaatste. Misschien moest dat meisje toch maar eens enkele gedichten publiceren? Een gedichtenhoekje op haar website? 

Deze pagina is een gedachtencataloog in dichterlijke vorm van Bo Vickery. Zonder rekening te houden met dichterlijke regels, opgelegde stramienen of strofevormen. Met een vleugje humor en soms een vleugje verdriet overgoten.

Ooit komt er wellicht een dichtenbundel. Misschien samen met de moeder die al jarenlang gedichten schrijft: zo moeder, zo dochter.

Laat mijn dromen

Laat mijn dromen me eventjes niet achtervolgen
Laat mijn dromen er gewoon zijn
Laat mijn dromen gewoon hopen voor morgen
Laat mijn dromen rustig bij mij zijn.
Want ik ben het moe erachter te jagen
Want ik ben ziek van het altijd maar wensen
Laat ik het gewoon aan God vragen
Net zoals zoveel andere mensen
Wie weet hoort Hij me wel,
Of luistert Hij nog snel.
Want deze tijd Hij het nogal druk,
Iedereen is op een droom nogal tuk.
Maar zolang je nog kan dromen,
Moet de dood nog niet komen.
Nee, laat die maar thuis,
Kijkend naar de televisieserie Thuis.
Daar is de dood al veel gepasseerd,
Hij weet wellicht zelfs niet meer wanneer.
Laat mijn dromen dus nog maar eventjes stoven,
Wie weet komen ze dan beter het onbekende te boven.
Worden mijn dromen misschien ooit eens waar,
Want ze zijn ondertussen wel al gaar.
Op een moment zo onverwacht,
Net als de dood als een dief in de nacht.

(20/12/2021)

Ik wil

Een gedichtje vorig voorjaar (2020) in een bevlieging gemaakt over corona. Een tijd die toen anders was dan nu.


Ik wil naar een andere plek waar er geen virus is
En mogelijkheid op besmetting ronddwaalt
Ik wil naar een andere plek waar er overal liefde is en
Haat het niet meer haalt
Ik wil naar een andere plek
Waar sociaal contact geen probleem meer is
En niemand meer om een knuffel meer of min maalt.

Ik wil echter geen andere plek omdat het nu genieten is van de stille natuur
Ik wil echter geen andere plek omdat je jezelf beter leert kennen op de duur
Ik wil echter geen andere plek omdat solidariteit zich toch verspreid als een warm vuur
Ik wil geen andere plek want waar ik me bevind, daar ben ik gebracht met mezelf achter het stuur.

Ode aan mijn duim

Vandaag (3-12-2021) is het de internationale dag voor mensen met een beperking. Dus vond ik het tijd om een 'ode aan mijn stijve duim' te schrijven in karamellenverzen:


Ode aan mijn stijve duim

Ik geef je een pluim!

Zelfs al ben je stokstijf,

Je hangt nog altijd aan mijn lijf

Door jou laat ik soms iets vallen,

zonder dat dit mijn leven zal vergallen.

Nu like ik alles 24 u op een dag,

zelfs als het niet mag.

Je herinnert me eraan altijd positief te zijn,

zelfs al ben ik aan het eind van mijn latijn.

Alleen soms mijmer ik aan hoe het was,

toen je nog kon plooien als een sprietje gras.

Nu blijf je altijd stokstijf staan,

maar ach, je hangt er gelukkig nog aan.

In mijn auteurslogo gaf ik je een plaats,

deze beperking is niet echt iets delicaats.

Zelfs al ben je als duim beperkt,

je belet me niet in mijn werk.

Dus dank je stijve rechterduim,

ik vergeef je je plooiend plichtsverzuim.

Dank je stijve duim,

voor het geven van altijd goede luim.

Er is weer een overlegcomité

Er is weer een overlegcomite
Want het zit niet erg mee.
Er is nu sprake van omikron,
Een mutant die nieuw is rond de zon.
Want corona betekent stralenkrans,
Die de zon volledig omringt, ja, zelfs helegans.
Alleen heb ik nog niet veel zon zien schijnen,
Tenzij wie op televisie kwam verschijnen.
Politicus, viroloog of luchtcirculatiespecialist,
Ze zijn niet altijd optimist.
Toch lijken ze soms op tv te stralen,
Waar anders moeten ze de aandacht halen?
Zo zijn er nieuwe zonnekoningen ontstaan,
Tot ergernis van de vergeten maan.
Die hangt daar maar elke nacht te blinken,
Zonder dat zijn naam in een virus mag weerklinken.
Je zou er depressief van worden,
Van de vergeten maan en de omikronzorgen.
Toch blijf ik lachen,
Al is het maar met de zonnekoningen en monarchomachen.
Ze houden elkaar in evenwicht,
Wie, o wie is het meest verlicht?
Iedereen wil toch stralen,
Al is het maar om de donkerte weg te halen
Als het moet dan maar op de tevee,
Zelfs na een vermoeiend overlegcomite.
Zo zorgt corona voor extra vertier,
Al is het maar door het geroep en getier.
Van politici en teleurgestelde mensen,
Die zich een ander Nieuwjaar wensen.
Ze vergeten dat er niemand zonnekoning kan zijn,
Alleen die grote lichtgevende bol aan het hemelfestijn,
Omringd door een stralenkrans,
Gelijk de naam van een virus, wat een chance.
Zo zal de mens niet vergeten,
Dat de zon zorgt voor het eten.
Want zeg eens eerlijk, wat ben je met de maan,
Dat hangt daar maar zonder baan.
Dus als een virus een naam zoekt,
Dan is de zon de enige die ervoor boekt.
Al is maar om zich te amuseren
Met die mensen op die kleine aarde die zich niet generen
Om te proberen regeren of
Om vol passie te protesteren.
De natuur is toch de baas,
De mens blijft een dwaas.
Gelukkig is er weer een overlegcomite,
Dan is er tenminste iets te zien op tv.
Rivalen van de stralende zon,
Of die dachten dat ze dit zijn door hun sermon.
Of is het sermoen?
Ook een dichter is niet altijd een taalkampioen.
Engels, Nederlands of gelijk welke taal,
Corona kennen we allemaal.
Politicus, antivaxer of viroloog,
De zon hangt daar altijd vredig, zo hoog.
Te lachen met die dwaze mensen
Die elkaar naar de maan wensen.
Zo raakt het op de maan zeer dichtbevolkt,
Wellicht zelfs zwaar bewolkt.
Met heuse maanstormen,
Gekibbel en geruzie volgens menselijke normen.
Dan kan de zon nog helderder stralen,
En zijn gram op de maan halen.
Wat is de zon weer blij,
Met die verdelende mens aan zijn zij
Om het pleit met de maan te beslechten.
Dat er maar 1 zon is, 1 echte.
Zelfs na een overlegcomite en fake zonnekoningen op tevee.

(20/12/2021)

Zieke hond

Ach was ik maar terug fris en gezond,
Wat lig ik hier hulpeloos op bed,
Zo ziek als een oude hond,
Alleen de kat blaast, sist als welkomstpakket
Want de kat haat de hond,
Zij ziet me liefst terug gezond.
Al is het maar om te strelen en te eten,
Van ziek personeel moet zij niet weten.
Personeel moet werken alledag,
Zelfs als het van het lichaam niet mag.
Werkmensen moeten werken,
Mogen niet in bed aansterken.
Dat is het gedacht van de ceo, minister en directeur,
En van de kat d´ailleurs.
Zelfs thuis in bed ben je niet op je gemak,
Met een kat die niet houdt van een wrak.
Met het nodige misbaar wordt de zieke hond weggejaagd,
Zodat je terug ter hare dienste staat.
Zo is de kat weer blij,
En ontvang ik opnieuw het nodige gevlei.
Alleen mijn lichaam protesteert,
Omdat de kat niet werd genegeerd.
Ach kwam die zieke hond maar weer,
Want mijn blaas doet zo´n zeer.
Dan mag de kat nu wel blazen,
Ik zal haar maar laten uitrazen.
Ze wil geen zieke hond meer,
Hoewel ik hem wel apprecieer.
Want stiekem hou ik wel van die zieke hond,
Hij blaft niet, likt niet aan mijn mond.
Ik moet er niet mee gaan wandelen,
Heb dan meer vrijheid in handelen.
Had ik vroeger maar voor de hond gekozen,
Dan lag ik nu nog kalm te verpozen.

(20/12/2021)

'n Lichtje voor jullie twee

'n Lichtje voor jullie twee.

Twee broers die het licht nooit zagen,

Want er kwam maar geen wee.

Dan heb je zoveel vragen:

Waarom zijn deze twee jongens niet levend geboren?

Dat zou toch niet tot het leven mogen behoren?

Twee jongens, alleen maar levend in onze gedachten.

Er is niets wat deze pijn kan verzachten.

Zelfs niet na alle verlopen jaren.

'n Lichtje houdt jullie in leven.

het is maar één van die gebaren,

waardoor jullie in onze herinneringen blijven zweven.

Seger en Roeland zijn jullie namen.

Zolang ik leef, blijven we ergens altijd wel samen.

Al is het enkel maar in mijn hoofd.

En zolang jullie lichtje niet wordt gedoofd.


Voor Seger en Roeland Boerjan (° en + 13/7/1988)

Vandaag (12-12-2021) is het wereldlichtjesdag voor sterrenkindjes.




>