Blog

Non nobis, Domine, non nobis, sed nomini tuo da gloriam

Op mijn youtube-kanaal heeft iemand met de naam ‘Angel of Fate’ de reactie : “Nōn nōbīs, Domine, nōn nōbīs, sed nōminī tuō dā glōriam” gepost.
Vrije vertaling : “Niet voor ons Heer, niet voor ons,
maar glorie enkel in uw naam”.


LET OP SPOILER VOOR WIE HET BOEK NOG NIET GELEZEN HEEFT : Dit is een zin uit psalm 113 (SPOILER : let op het getal) (113:9) van de Vulgaatbijbel. En zou het motto van de tempeliers geweest zijn.
Het komt echter ook voor in het stuk Henry V van W. Shakespeare waar de Engelse koning zijn soldaten laat knielen om naast het Te Deum dit lied te zingen voor de gesneuvelde soldaten.

Uit de film Henry V (2018)

Woorden uit het verleden

Soms moet je eens opruimen. Wat ik nu aan het doen ben : ander leven, ander werk, ander huis. Ik ben volop ‘grote kuis’ aan het houden. En dan vind je al eens iets terug. Zoals de scriptie, het interview dat ik in het derde of vierde middelbaar als groepswerk (we waren met een groepje van 3) moest afnemen van iemand met een speciaal beroep. We hadden gekozen van Johan Ballegeer, de schrijver uit mijn dorp Lissewege. ‘We’, ik moet eigenlijk zeggen, ik had het voorgesteld. En schrijver was een speciaal beroep, dus de twee anderen waren akkoord.

Ik wil jullie het interview niet onthouden. Want voor mij was het zeer speciaal om te lezen, zeker nu ik mijn eerste boek heb geschreven. Tijdens opzoekingswerken voor mijn boek, werd ik vaak met artikels en boeken van Johan Ballegeer over Lissewege geconfronteerd. En toen herinnerde ik mij plots dat ik jarenlang een foto van hem met handtekening op mijn kast staan had. Nu vind ik zijn interview terug. Enkele gele velletjes papier in een plastieken kaftje, getypt met een typmachine, waarin mijn oud geschrift soms een verbetering had aangebracht. De vragen zou ik nu wel anders stellen. Het zijn vragen van een vijf- of zestienjarige in de jaren tachtig.
Zou hij het eerste zaadje gepland hebben dat uiteindelijk geleid heeft tot mijn boek waarin de tempeliers en Lissewege een rol spelen ?

In ieder geval weet ik wel nog dat ik het ‘magisch’ vond om met een schrijver te praten, zelfs in zijn werkkamer, waar hij omringd zat met boeken en kasten die vol staken met steekkaarten waarop allerlei informatie geschreven was in een minitieus geschrift. Een magische kamer vond ik het. Iets meer dan dertig jaar later ben ik zelf officieel ‘schrijver’. Omringd door boeken. Niet met steekkaarten, maar met Evernote, notitieblok op smartphone, papieren notitieboek en losse briefjes om alles te onthouden. De magie van het schrijven heb ik al ontdekt. Nu nog een magische kamer vinden…

“We gingen vol verwachting naar de Europastraat 24 te Lissewege. Toen we daar aankwamen, werden we vriendelijk ontvangen door de vrouw van Johan Ballegeer. Zij zond ons naar het kamertje waar de schrijver werkt. Daar aangekomen, keuvelden we eventjes over koetjes en kalfjes en toen begonnen we aan het interview…
Waarom werd u eerst onderwijzer en bent u niet onmiddellijk schrijver geworden ?
Als ik 30 jaar geleden, toen ik begon te schrijven, evenveel succes had, zoals ik nu heb, dan zou ik schrijver geworden zijn. Maar dan wist men niet wie je was. Niemand vraagt je of je een boek wilt schrijven. Niemand kent je, ook de uitgevers niet. Je gaat zomaar in je eentje een boek schrijven. Je weet ook niet wat dat in het laatje zal brengen. Een moeilijke situatie. Ik ben gewoon in het onderwijs gegaan omdat mijn vader dat wou. Mijn vader vond dat ‘ideaal’ onderwijzer worden. Ik heb altijd geprobeerd er het beste van te maken (hier wijdt Johan Ballegeer eventjes uit). Als we zouden weten wat te doen als het te laat is, dan zou iedereen het anders doen. Toen dacht ik dat onderwijzer een ideaal beroep was. Nu voel ik me beter als schrijver.
Heeft u bepaalde studies moeten doen om schrijver te worden ?
Nee, dat kun je gewoon niet. Je kunt niet voor schrijver leren (hier gaf hij enkele voorbeelden). Je moet eerst en vooral een ontzettende documentatie aanleggen. Je moet bijna je eigen encyclopedie maken (hierop toonde hij zijn bakken met steekkaarten). Als je al het materiaal verzameld hebt, dan begin je een korte inhoud te maken zoals bijvoorbeeld bij een opstel. Nee, voor schrijver kun je niet leren. Dat ben je. Je bent een geboren ‘leugenaar’. Je kunt goed schrijven. Van sommige dingen ken je iets, bijvoorbeeld van schepen. Als je wat van techniek kent, schrijf je science-fictions. Maar ik ken niets van techniek. Ik weet alleen dat een raket omhoog gaat, als hij niet valt tenminste. Dus moet ik niet proberen een science-fiction te schrijven. Je kunt het of je kunt het niet. Je hebt gevoel voor ritme of voor muziek of voor een mooi verhaal. Zoals bijvoorbeeld bij ‘Geen meiden aan boord’ als Marjanne bij het graf van haar vader staat, heb ik zitten wenen. Als je dat niet hebt….
Waar haalt u de inspiratie vandaan ?
O, dat is niet moeilijk. Er gaat iets voorbij en hop, je hebt inspiratie. Mijn dochter bijvoorbeeld zat altijd op haar nagels te bijten. Toen heb ik Judith geschreven (hier geeft hij enkele voorbeelden). Maar inspiratie, als men mij maar kan zeggen wat inspiratie is. Ik weet het niet. Je ziet iets en zegt : ‘Hé, wat is dat ?’ en je gaat opzoekingen doen. Je denkt : ‘Is dat zo gegaan ?’. Je vindt het de moeite waard om verder te vertellen. Je hebt soms schrijvers die zeggen : ‘Ik had geen inspiratie.’ Dat wil zeggen : ‘Ik was te lui om te werken.’
Welk boek dat u zelf geschreven heeft, vindt u het mooist ?
Nou, ik vind het jongste het mooiste. Ik vind ‘Geen meiden aan boord’ het mooiste (hier wijdt hij eventjes uit).
Welke boeken schrijft u het liefst : historische of toeristische ?
Die toeristische boeken, dat is gewoon omdat men het aan me vraagt. Het liefst zou ik boeken schrijven zoals ‘Geen meiden aan boord’. Maar af en toe komt er een uitgeverij die wil dat ik bijvoorbeeld een boek over Brugge schrijf. Omdat men me dat vraagt, doe ik dat. ‘Geen meiden aan boord’ is me ook gevraagd, hoor. (Hierop legt hij uit hoe het gebeurde) (nu drinken we iets).
U schrijft veel historische boeken, waarom nooit science-fictions bijvoorbeeld ?
Wel, voor science-fictions moet je iets van techniek weten. Zoals ik al heb gezegd, weet ik daar niets over. Ten tweede : de mensen blijven even dom. Asl we hen steeds maar weer op hun stommiteiten uit het verleden drukken, begrijpen ze misschien dat ze uit het verleden kunnen leren. Er zijn altijd allerlei stommiteiten gebeurd. Mijn boeken zijn eigenlijk anti-oorlogsboeken (hier legt hij dit eventjes uit).
Bestonden enkele personages uit uw boeken in het werkelijke leven?
Wel, Judith, de eerste gravin van Vlaanderen bestond echt. ‘De H77 is gebleven’ is ook echt gebeurd. Er hangt zelfs een foto van de scheepsjongen in een kapel in Knokke-Heist. ‘Koning David’ is ook echt gebeurd. Ik zeg niet dat Marjanne uit ‘Geen meiden aan boord’ echt heeft bestaan zoals ze daar beschreven staat. Maar het liedje ‘daar was laatst een meisje loos’ bewijst het.
Wie tekent de omslagen van uw boeken?
Vroeger was dat S.V., maar die is plotseling ziek geworden. Zeer spijtig. Nu is het André Sollie. En die tekent zeer mooi. IK koos hem ook omdat hij de ontwerpen van de omslag geeft. Sommige illustrators willen dat niet doen. (hij toont enkele ontwerpen van omslagen die aan de muur hangen)
Hebt u zoals enkele acteurs en schrijvers een groot voorbeeld?
Ik probeer mezelf te zijn. God, nee. Ik vond het altijd zo vreselijk, zo van die jongetjes op de speelplaats : ‘ik ben Tahamata en ik ben die….’ Blijf jezelf. Je bent jezelf waard. Wat je zelf bent, ben je. Ik ken een meisje dat staat te wringen en te draaien zodat het Sandra Kim is. Ik vind het zo belachelijk dat het groot is. Vindt ze haarzelf niet goed genoeg? Iedereen heeft toch zijn eigen waarde. Waarom zou ik iemand nabootsen? Ik ben Johan Ballegeer en ik voel me goed in mijn vel. Ik heb niemand nodig. Er is niemand die moet zeggen dat ik moet doen. Dat wil niet zeggen dat ik in het begin geen raad heb gevraagd aan oudere collega’s, dat wel. Maar zo opkijken naar iemand? Nee. Ik heb wel een grote bewondering voor Filips de Schone (hierop wijst hij naar een beeld van Filips de Schone dat in de hoek van de kamer staat). Maar dat wil niet zeggen dat ik me aan hem optrek. Men moet zich aan zichzelf optrekken. Men moet proberen met ziekten, problemen, tegenslagen, ja zelfs met buizen door het leven te gaan.
Zit het schrijversbloed in de familie?
Mijn jongste dochter heeft ooit eens een verhaaltje geschreven voor Zonneland. Toen kreeg ze daar 2000 fr. voor. ‘Is ‘t al,’ zei ze. ‘Ik doe het niet meer’. Ja, ze kunnen wel maar ze willen niet. Ze dacht dat ze er minstens een paard zou voor kunnen kopen. Zo rap gaat dat niet. Je moet kleintjes beginnen.


Dat waren de woorden van Johan Ballegeer, meer dan dertig jaar geleden. Jammer dat ik zijn ‘uitweidingen’ niet heb genoteerd, welke informatie gaf hij daar niet weg ? Informatie die een beginnend schrijver van pas zou kunnen komen, daar ben ik wel van overtuigd. Dus heb ik zelfs gedaan wat hij in het interview zei : klein beginnen en jezelf blijven. Vandaar een simpele thriller in eigen beheer uitgeven. In welke omstandigheden je ook zit : blijf altijd jezelf, blijf jezelf trouw en wat je ook wilt doen : het zijn de kleine daden, de kleine stapjes die kunnen zorgen voor een groot resultaat.

Dank je wel Johan Ballegeer, voor deze wijze raad uit het verleden.
Johan Ballegeer (1927-2006)

Foto : www.zwinstreek.eu

Een schrijver moet ook kijken

Kijken is belangrijk. Naar alles om je heen. Hoe ziet iets of iemand er uit ? Wat zie je in een gebouw ? Wat is een visueel kenmerk waardoor een personage iets meer karakter krijgt. Je ogen vormen vaak het begin van een verhaal of van een verhaallijn die de andere kant op gaat. Kijken is schrijven.
Alleen vind ik persoonlijk dat je niet mag overdrijven. Een ellenlange beschrijving van een weg, een huis, een tuin, een persoon, dat haalt vaak het ritme uit een verhaal. Maar dat is mijn persoonlijke mening. Andere mensen lezen gaat dergelijke lange beschrijvingen. Zelf hou ik het liever bij beperkte beschrijvingen zodat de lezer zelf zijn fantasie meer kan laten werken. Zo zal persoon X een ander beeld hebben van een personage dan personage Y. Dat maakt het juist leuk. Iedereen is uniek. Zo is de ervaring van elk verhaal, elk boek ook bij iedereen uniek. Jij, als lezer, maakt je eigen beeld van een boek. Dat is je volste recht. Nee, dat moet zelfs. Als iedereen hetzelfde beeld zou hebben van een locatie, een personage, dan zou het maar saai zijn. En valt er niet te veel te praten over boeken.

Maar kijken betekent ook nog iets anders. Talloze avonden in mijn leven heb ik gekeken naar films en televisieseries die als een kiempje in mijn hoofd zijn blijven hangen. Inspiratiedeeltjes die ergens onbewust verscholen blijven in je hersenen. Tot het moment dat je begint te schrijven en zij als een pop-up terug te voorschijn komen. Dus heb ik een aantal inspiratiebronnen ook vermeld in het boek. Soms helpt dat lezers ook om te begrijpen wat je bedoelt. Tenminste als zij de film of de televisieserie in kwestie kennen. Voor wie niet alle films of televisieseries kent die ik vermeld, via deze link vind je de lijst.

Ben je van plan om zelf ooit een boek te schrijven, leg dan nu al je film- of televisiecatalogus aan. Je zal hem ooit misschien nodig hebben. Vergeet dus niet te kijken. In allerlei opzichten.

10 boeken om te lezen als je wilt schrijven

Als je schrijft, twijfel je. Wat schrijf je best ? Welke structuur ? Hoe schrijf ik dialogen ? Welke blunders wil ik vermijden ? Veel vragen, dus ga je op zoek naar antwoorden. Deze boeken over schrijven zijn een hulp voor een beginnend schrijver.  Want als je zin hebt in schrijven, moet je het niet uitstellen, maar moet je het gewoon doen. Nu. Dus je kan starten met naast het schrijven, enkele boeken over schrijven te lezen. Want zoals Stephen King schrijft : je kan maar veel schrijven als je veel leest.

Over leven en schrijven – Stephen King

Dit boek is deels een autobiografie, deels een schrijfcursus. King vertelt over zijn werkwijze, waar hij zijn ideeën vandaan haalt, contacten met uitgevers op een toegankelijke manier. Wat hij vertelt, doet hij op een praktische manier : schrijftempo, gebruik van bijwoorden, passieve zinnen, enzovoort… Hij doet je zin krijgen in schrijven.

Onder de motorkap van het schrijverschap (De blokkade – Het geheim van een schrijver) – Renate Dorrestein

In Onder de motorkap van het schrijverschap gaat het over het lezen, het schrijven en de writer’s block van Renate Dorrestein. Het boek is een samenvoeging van twee andere boeken: Het geheim van de schrijver en De blokkade. Het boek gaat over de reis die je als schrijver aflegt, samen met je verhaal. De boeken zijn deels een autobiografie, deels een handboek.


Storytelling in 12 stappen – Mieke Bouma

Dit boek schetst de 12 stappen om verhalen te maken en levensechte personage te ontwikkelen. Er staan oefeningen in en praktische opdrachten. Helaas heb ik dit boek maar onder handen gekregen toen mijn verhaal bijna af was. Ik ben van plan het te gebruiken voor een volgend boek. Zij baseert zich op de boeken van Joseph Campbell waarvan ik de boeken las tijdens het maken van mijn boek. In het boek staan veel voorbeelden, zodat dit niet enkel inspiratie biedt voor would-be-schrijvers, maar ook voor wie graag verhalen of films analyseert.

Durf te schrijven – Carry Slee

De bekendste kinderboekenschrijfster van Nederland deelt haar geheimen over het schrijven. Het boek bevat enkele opdrachten die je op weg kunnen helpen. Een grappig boek door de illustraties en enkele leuke anekdotes. Het boek is ook geschikt voor kinderen boven de 14 jaar.

Hoe schrijf ik een bestseller ? – Maria Genova

Maria Genova heeft al jaren workshops aan beginnende schrijvers en heeft enkele bestsellers op haar naam staan. In haar boek geeft ze 101 onmisbare tips en de meeste gemaakte fouten. Want uit fouten leer je. In het eerste deel geeft ze enkele blunders weer van bekende schrijvers, het leren omgaan met kritiek en valkuilen voor beginners. Het tweede deel is eerder praktisch met tips voor het schrijven zelf, het vinden van een uitgever en het creëren van media-aandacht voor je boek. Er staan ook een aantal schrijfoefeningen in. Achteraan het boek vind je een cadeaubon voor een workshop.

De wil, de weg – Jan Brokken

Jan Brokken geeft les aan jonge schrijvers. Hij put uit zijn eigen ervaring als schrijver en journalist. Uit interviews van tientallen schrijvers in binnen- en buitenland heeft hij een aantal praktische tips gepuurd. Het boek gaat zowel over film als boeken. Met gedetailleerd advies.

Het hoe – Jan Brokken

Een vervolg op het vorige boek. Maar dit boek gaat eerder over de opbouw van een boek. Wat is de structuur die je het beste volgt, welke stijl werkt het best en hoe sluit je een verhaal goed af. Schrijven kan je leren, als je er aanleg voor hebt. Niet enkel voor een beginnend schrijver, maar voor iedereen die graag met taal omgaat.


Alweer een bestsellerPaul Sebbes & Willem Bisseling

Als je niet weet hoe te beginnen aan een boek, vind je hier praktische tips. Ook over het vinden van een uitgever of het onderhandelen van een contract lees je interessante tips. Vooral als je je manuscript aan een uitgever wilt voorleggen, moet je dit boek gelezen hebben.

Schrijfwijzer – Jan Renkema

Dit boek geeft een antwoord op bijna alle vragen waar je als schrijver mee kunt worstelen. Van het vinden van goede synoniemen tot spelling.  Antwoorden op vragen over tekstkwaliteit, structuur, spelling en leestekens. Op de bijbehorende website kan het boek ook makkelijk doorzocht worden. Op de website vind je ook extra dingen, zoals oefeningen, enz…

Dagelijkse rituelen – Mason Currey en Eva Hoeke

In dit boek lees je over de dagelijkse routines van bekende schrijvers. Alle gewoontes en routines zijn in dit boek verzameld. Je kan er zelf inspiratie in vinden voor jouw routine. Niet enkel schrijvers komen in dit boek aan bod.

Rep je naar de boekenwinkel of de bibliotheek om deze boeken te kopen.

Bestsellers for dummies : een gratis e-book

Het boek “Een bestseller schrijven voor dummies” uit 2009 is niet meer verkrijgbaar in de boekhandel, tenzij je geluk hebt op tweedehandssites of een boekenmarkt, daar zijn er altijd ontdekkingen te doen. Maar de auteur, Bart Van Lierde, biedt het gratis aan via zijn website. Het e-book behandelt op een praktische manier de wijze waarop je een boek schrijft. Alle facetten van komen hierbij aan bod : spanningsopbouw, evolutie van een karakter, plot… en hoe je met een manuscript naar een uitgever stapt. Het is een heel praktisch boek.

Bart Van Lierde debuteerde met historische fictie : Violist van de duivel. Hij schreef De dief met duizend gezichten (jeugdroman),  Zot van A (komedie), 160 kilo (psychologische roman) en Mokerslag (misdaadroman).

Je kan het boek vinden via deze link, naast enkele andere boeken die niet meer in de handel te verkrijgen zijn : http://www.bartvanlierde.be/page/download

Het derde geheim van de OLV-kerk te Lissewege : de groene mannen

Een nieuwe video over verborgen symboliek OLV kerk Lissewege : de groene mannen. Groene mannen worden al eeuwenlang gebruikt. Zij verwijzen naar een mannelijke vruchtbaarheidsgod, naar een bosgeest. Sommige beweren dat het groene masker (masca) zou verwijzen naar de geestenwereld : wie gemaskerd is, verkeert in de geestenwereld (cfr. carnaval was een feest om de boze geesten van de winter te verjagen of halloween). Verschillende volkeren vereerden de groene man, die vaak te maken had met inwijdingsrituelen van jonge mannen (cfr. jack-in-the-green in Engeland – Robin Hood zou ook ermee verbonden zijn). De groene man kan gebaseerd zijn op de Romeinse god, Dionysus of de Egyptische god Osiris. Groen is etymologisch verwant met groei, wat niet verwonderlijk is voor een verwijzing naar een vruchtbaarheidsgod. In oude kerken zitten ze vaak ergens verborgen of op hoge plaatsen. Rosslyn Chapel, één van de plaatsen die vernoemd wordt als bergplaats van de Heilige Graal van de tempeliers zijn er honderd groene mannen verstopt. In de verhalen van Koning Arthur kwam er vaak een groene ridder voor. 
Wat heeft dit te maken met de kerk in Lissewege : Walram Rombout heeft groene mannen, die je kan herkennen als een gezicht bestaande uit bladeren verwerkt in de preekstoel en in het orgel (naast de engelen die op een hoorn blazen).

Wil je meer weten over groene mannen ? Je kan altijd een lezing op maat vragen, zie deze pagina.

Foto’s : Bruno Jacxsens

Wat gaf de doorslag om een boek te schrijven ?

Tips via het boekje schrijfmagie voor beginnende schrijvers.

Met vzw Cunamo is er een project Bokido dat loopt om kinderen te helpen een eigen boek of strip te maken. In kader van dit project werd contact gezocht met verschillende jeugdauteurs met de vraag om tips te geven aan kinderen hoe een goed verhaal te schrijven. Bij de opmaak van dit boekje ‘Schrijfmagie’ begon het langzaam te kriebelen. Om te doen wat ik zelf stiekem al lang wou doen : een boek schrijven. De tips hebben me overigens geholpen. Tips voor kinderen tellen ook voor volwassenen. En ik had door een burn-out tijd. Dus als ik een boek wou schrijven, moest ik het nu doen. Ik nam loopbaanonderbreking en begon te schrijven. De rest is geschiedenis.

Wie waren de jeugdauteurs die de tips gaven ? Bart Moeyaert, Jonas Boets, Anne Provoost, Vera Van Renterghem, Marc De Bel, Dirk Braecke, Guy Didelez, Karen Dierickx, Johan Vandevelde, Danny De Vos, Nico De Braeckeleer, Judy Voogd, Cis Meijer en Luc Descamps.

Het boekje kan je nu als e-book bestellen voor 4,99 euro (60 pagina’s met 31 schrijfoefeningen). Je steunt er het project Bokido mee.

Waarom een thriller laten afspelen in Lissewege ?

Video waarom Lissewege het bezoeken waard is.

Natuurlijk omdat ik een aantal verborgen symbolieken ontdekt heb in de kerk. In het dorp doen ook al jarenlang legendes de ronde over ondergrondse gangen van de vroegere abdij Ter Doest naar het voormalige kasteel, de kerk, Ten Berghe in Koolkerke of het Schottenhof in Dudzele. Legendes genoeg die inspiratie bieden. Willem van Saeftinghe was een ex-tempelier en Ter Doest was een Cisterciënzerabdij. De Cisterciënzers en de tempeliers hadden onderlinge banden.

Via deze link kan je een Youtube-filmje zien op mijn kanaal dat verklaart waarom Lissewege onderwerp moest zijn van mijn thriller : het is het hoofd van een sterrenbeeld : https://www.youtube.com/watch?v=RZTLSntQN-c

Maar Lissewege is ook gewoon een mooi dorp.

Kijk maar eens naar dit filmpje van Frank Vergucht, die enkele foto’s heeft geleverd voor mijn boek.

Het tweede geheim van de OLV kerk van Lissewege: de duivel in het kerkorgel

In de thriller ‘Niets is wat het lijkt. Het witte dorp’ kan je lezen dat er symboliek verborgen is in de kerk van Lissewege. Een tweede onthulling.

Een eerste tipje van de sluier welke symboliek verborgen zit in de OLV kerk in Lissewege. De oude Belgen waren Keltische stammen, het is dan ook niet te verwonderen dat het Christendom Keltische elementen heeft overgenomen. En dat kan je zien in de kerk van Lissewege. De Kelten hadden druïden die de rol van ‘priester’ vervulden, zij behoorden tot de elite, hadden veel aanzien, bestudeerden de sterren, traden op als rechter, bezaten kennis, genazen en hielden toezicht op religieuze activiteiten. Hun kenteken was een eikenblad. Het Indo-Europese woord ‘dru’ betekent overigens eik. Zij waren kenners van de eik, de levensboom. Een andere verklaring voor het woord druïde is ‘dru-id’, zeer wijs. In Lissewege is er één grote pilaar waar je 3 eikenbladeren kan zien op kleine pilaren, heel hoog verstopt. Nergens anders vind je een eikenblad. Nu je weet wat de rol van een druïde was, mag je drie keer raden om welke pilaar het gaat.

Meer geheimen worden ontsluierd in de thriller ‘Niets is wat het lijkt. Het witte dorp.’ 

Dit is hem dan, iets duidelijker. Een duivelsfiguur in het kerkorgel in Lissewege. Als je goed kijkt, zie je twee kleine…

Slået op af Bo VickeryFredag den 2. august 2019

Het eerste geheim van de OLV Kerk Lissewege: het eikenblad van de druïde

In de thriller ‘Niets is wat het lijkt. Het witte dorp’ kan je lezen dat er symboliek verborgen is in de kerk van Lissewege. Een tweede onthulling.

Een eerste tipje van de sluier welke symboliek verborgen zit in de OLV kerk in Lissewege. De oude Belgen waren Keltische stammen, het is dan ook niet te verwonderen dat het Christendom Keltische elementen heeft overgenomen. En dat kan je zien in de kerk van Lissewege. De Kelten hadden druïden die de rol van ‘priester’ vervulden, zij behoorden tot de elite, hadden veel aanzien, bestudeerden de sterren, traden op als rechter, bezaten kennis, genazen en hielden toezicht op religieuze activiteiten. Hun kenteken was een eikenblad. Het Indo-Europese woord ‘dru’ betekent overigens eik. Zij waren kenners van de eik, de levensboom. Een andere verklaring voor het woord druïde is ‘dru-id’, zeer wijs. In Lissewege is er één grote pilaar waar je 3 eikenbladeren kan zien op kleine pilaren, heel hoog verstopt. Nergens anders vind je een eikenblad. Nu je weet wat de rol van een druïde was, mag je drie keer raden om welke pilaar het gaat.

Meer kan je lezen in de thriller ‘Niets is wat het lijkt. Het witte dorp.’ Te koop via deze site.

Het eikenblad van de druïde