Een merkwaardige foto

Al een hele tijd vraag ik me af of dingen die gebeuren moesten gebeuren, voorbestemd waren, een gevolg zijn van je keuzes of gewoon toeval. Deze week zat ik thuis met een virus, wat vervelend is, maar wel tijd geeft om een aantal boeken te lezen en eens in fotoalbums te bladeren, iets wat al heel lang geleden was. En zo kwam ik op een foto genomen op mijn doop. Daar zag ik iets merkwaardigs op waardoor ik me nu afvraag of er toch iets is als het lot. Dat toeval eigenlijk niet bestaat.

Dit is de foto, op het eerste zicht een gewone doopfoto waarop mijn mama er veel jonger uit ziet en ikzelf ook overigens.

Maar toen viel mijn oog op de achtergrond : een Mariabeeld langs de rechterkant en langs de linkerkant hing er een foto in zwart-wit. Een watermolen met twee watervogels. Ik keek dichter en toen bleef mijn hart toch een tel stil staan: twee zwanen. Hoe is dat mogelijk? Alsof er toen al een signaal was dat ik ooit één (het worden er twee want een tweede boek Het mysterie van de zwaan is in voorbereiding) boek zou schrijven over Mariakerken die samen een sterrenbeeld zwaan zouden vormen. Stond het toen al in de sterren geschreven dat ik dat ooit zou doen?

En een watermolen. Water werd als heilig beschouwd door onze voorouders, water doet energie stromen (phanta rei, alles stroomt) zoals bij een watermolen. Een molen is ook een symbool van tijd, van de cirkel van het leven dat altijd maar in beweging is: de terugkerende cyclus van geboren worden en sterven. Ik was gebiologeerd door de foto. Wanneer was die genomen? Wanneer was ik gedoopt? Dat ik geboren was op 1 april als een soort Goddelijke Komedie, wist ik al, maar wat was de datum waarop ik gedoopt was, kon dat ook nog iets verbergen. Ik nam de foto uit het album en draaide hem om. 15 mei 1972 (verdorie, nu weet iedereen hoe oud ik ben).

15 mei, eventjes zoeken wiens naamdag dat is. Het is blijkbaar de naamdag van de heilige Sophia van Rome. Sophia? Een ander woord voor wijsheid. Maar wacht eens eventjes. Ik ben gedoopt in de kerk van Lissewege. De kerk waar het Mariabeeld de houding heeft Sedes Sapientiae (zetel van wijsheid) en Jezus een appel vasthoudt (een appel is ook een symbool voor spiritueel inzicht, cfr. Newton). De kerk waar een Baphomethoofdje verstopt zit, Baphomet zou naargelang het geval verwijzen naar hoofd of doop van wijsheid. Als dat nu geen toeval is. Nee, wacht, toeval bestaat niet.

Ik besluit iets meer te lezen over de heilige Sophia. Sophia van Rome. Een martelares uit de derde eeuw na christus die na de dood van haar man, haar bezittingen uitdeelden en met haar drie dochters naar Rome trok, wat als christen gevaarlijk was (christenen werden toen vervolgd). Haar dochters zouden de marteldood gestorven zijn, waarna zij ook stierf toen ze het graf van haar dochters bezocht. Het is één van de ijsheiligen (je weet wel, die dagen in mei waarvoor je niets in je tuin mag planten totdat zij gepasseerd zijn). Haar dag, 15 mei, zou wel de ideale dag zijn om planten te planten, want zij markeert het einde van de nachtvorst. Ze wordt ook wel koude Sofie genoemd in de volksmond (heb ik daarom over koude geschreven in mijn thriller, vroeg ik me af? Nee, je hoofd erbij houden, dat is toeval). In Constantinopel werd een basiliek aan haar gewijd, net zoals in Bulgarije de hoofdstad Sophia werd genoemd, alhoewel het ook kan gaan om de wijsheid in het algemeen. Het is onzeker of ze echt bestaan heeft of het eerder om een symbolische verering van de wijsheid gaat. Ze wordt vaak afgebeeld met een palmtak (teken voor martelares), een zwaard (hé, ik heb een zwaard op de kaft van mijn boek geplaatst) en een boek. Mijn hart sloeg een tel over. Ook wel toevallig, maar ja, da’s juist toeval bestaat niet.

En toen stond mijn hart voor een tweede keer stil. Want de namen van haar dochters waren : Fides, Spes en Caritas: geloof, hoop en liefde. Wat staat er in mijn boek en wat vertel ik op elke rondleiding rond de verborgen symboliek van de kerk van Lissewege. Dat de kerktoren met het getal 13 een ode is aan de liefde, aan God waarbij het hoofdstuk in de Bijbel van Korinthiërs 13, een mooie tekst over liefde, je moet die tekst maar eens lezen, inspiratie kan geboden hebben. Vooral vers 13:13 van de Korinthiërs haal ik aan als ik een rondleiding geef: “Nu echter blijven geloof, hoop en liefde, de grote drie; maar de liefde is de grootste.” Begrijp je dat ik eventjes van mijn melk was? Maar het werd nog merkwaardiger.

Want als ik verder zocht op geloof, hoop en liefde, dan vond ik dat dit een motto was dat ook door de tempeliers gebruikt werd. Maar het was nog niet gedaan. Want wie had er ook over geschreven? Dante. In het paradijs ontmoet Dante in zijn Goddelijke Komedie namelijk Petrus, Jacobus en Johannes die hem ondervragen over geloof, hoop en liefde. Niet enkel dat, de drie kruisen op de calvarieberg van Christus zouden ook symbool staan voor geloof, hoop en liefde. Lezers van mijn boek zullen wel begrijpen waarom ik ook dit merkwaardig vind, ik kan hier niet verder op in gaan voor wie dit bericht leest en mijn boek nog niet zou gelezen hebben.

Is wat wij doen voorbestemd? Hebben wij een lot waar we niet kunnen aan ontkomen? Een universum, een God, een kosmos die ons leidt? Op die vraag moet iedereen voor zichzelf maar uitmaken wat hij vindt, maar mijn doopfoto vertelt misschien wel dat het schrijven van mijn thriller Niets is wat het lijkt. Het witte dorp en het volgende boek Het mysterie van de zwaan, wellicht toch wel een juiste stap was in mijn leven. Wat denk jij?

Ik besloot mijn doopfoto terug op haar plaats te steken, het was tijd om verder te lezen, kennis of wijsheid -hoe je het ook wilt noemen- op te doen om zowel Het mysterie van de zwaan, het volgend boek dat hopelijk voor eind dit jaar af is, het levenslicht te laten zien, als om de research voor het vervolg op “Niets is wat het lijkt” te bespoedigen. O ja, wie mysterieuze zaken weet over Dudzele, Damme en Brugge, mag mij altijd inspiratie bezorgen. Dan kan ik met geloof, hoop en liefde verder aan het schrijven gaan. Want uiteindelijk is niets wat het lijkt, ook een gewone doopfoto niet.

De oorsprong van halloween

Wat is de oorsprong van halloween? De meesten denken dat dit gewoon komt overgewaaid uit Amerika. Maar niets is minder waar: de Kelten vierden op 31 oktober Samhain of Samain. Het tijdstip waarop het contact tussen levenden, doden en goden mogelijk was. Dus dacht ik: het is tijd dat ik nog eens een video maak. Over halloween.

O ja, wil je meer weten over de Kelten of over oude mythologie (of het nu Germaanse, Romeinse, Griekse, Keltische, Noorse of Egyptische mythologie gaat)? Organiseer dan een lezing. Mailtje naar bo.vickery@artlix.be met je wensen en vragen. En wie weet zullen de goden (dewelke weet ik niet) er voor zorgen dat je verzoek wordt ingewilligd.

Soms zijn dingen toeval en soms niet

Soms vraag je je af of iets toeval is of er bepaalde krachten aan het werk zijn die dingen laten gebeuren. Voor wie de thriller Niets is wat het lijkt. Het witte dorp nog niet gelezen heeft, stop met lezen. Want er is een SPOILER

Stel je voor : je schrijft een boek. Een deel van je verhaal draait rond verborgen symboliek en één cijfer dat verborgen zit in de kerk van Lissewege. Je manuscript is klaar. Je stuurt het naar de redacteur waar je mee samenwerkt.

Enige tijd later krijg je je manuscript terug. Je schrapt, verbetert en voegt toe. Je stuurt het terug naar de redacteur die ook het grafisch werk doet. Je hebt een aantal foto’s bij elkaar gezocht om je verhaal te ondersteunen.

Je krijgt alles terug, maar nu grafisch uitgewerkt, in boekvorm. En wat zie je? Alhoewel je het niet zo bedoeld had heb je 260 pagina’s en 39 foto’s in je boek. Beide cijfers verwijzen naar het getal waarrond je geschreven hebt. Want 260/20 = 13 en 39/3 = 13.
Dan ben je toch eventjes verwonderd. Verwonderd over hoe je deel uitmaakt van een Goddelijke Komedie die het universum heet. Maar eigenlijk had ik niet meer verwacht, als je geboren bent op 1 april, dan weet je dat je leven wellicht één Goddelijke Komedie zal zijn.

O ja, toen ik dit blogbericht geschreven had, maar nog niet gepubliceerd, passeerde ik op de terugweg van de dierenarts een bord met een cijfer voor de marathon die dit weekend Lissewege passeert. Zie de foto . Een bord juist na het kapelletje van Ter Doest en met zicht op het dorp en de kerktoren. En wat was dat cijfer als je naar Lissewege keek ? Juist ja, wie mijn boek gelezen heeft of een rondleiding gevolgd heeft, kan zich nu nog afvragen of toeval nog bestaat of dat wij inderdaad leven in een Goddelijke Komedie.

Heb jij het acrostichon in Niets is wat het lijkt al ontdekt ?

Een acrostichon of lettervers of naamdicht is een tekst, een gedicht waarvan de eerste letters van iedere regel, strofe of vers achter elkaar gelezen ook een woord of een zin vormen. Ik heb er ook eentje verwerkt in de thriller Niets is wat het lijkt. Het witte dorp.

Alleen is het natuurlijk niet de eerste letter van iedere regel of strofe, maar op een andere manier dat ik het gedaan heb. Heb jij het al ontdekt ?

Overigens staan er verschillende acrostichons (is dat het juiste meervoud ?) in de Bijbel. Ook in het verhaal Van den vos Reynaerde van ‘Willem die Madocke maakte’ (dit is de enige hint die men heeft over de vermoedelijke auteur) kan je zoiets terugvinden in de laatste regels. Ik geef het hier weer zodat je kan zien hoe het werkt :

Bij Gode, ik dar ’t u wel raden!
Isengrijn sprak tot den bere:
Wat zegt gij er toe, Brune here?
Ik ligge in den rijzeren
liever dan hier in de ijzeren.
Laat ons tot den koning gaan
ende zijnen pais daar ontvaan.
Met Firapeel dat zij gingen
ende maakten pais van alle dingen.
Je kan de tekst Bi Willeme zien als je de vetgedrukte letters na elkaar plaatst, dat zou een bijkomende verwijzing zijn naar de vermoedelijke auteur.

Ook in het Nederlandse volkslied, het Wilhemus vormen de eerste letters van de coupletten in de originele spelling het woord Willem van Nassov .

Wie weet welk acrostichon er in de thriller Niets is wat het lijkt. Het witte dorp verwerkt zit ?

Waarom heb ik geschreven over het Laatste Avondmaal van Da Vinci ?

De titel van mijn thriller is Niets is wat het lijkt. Het witte dorp. Dus staat het schilderij misschien niet toevallig vermeld in mijn boek ? Oordeel zelf.

Wie het boek nog niet gelezen heeft, leest nu best NIET verder : SPOILER.

Dat was natuurlijk niet toevallig. Da Vinci heeft 13 lijnen gebruikt voor het maken van dit schilderij. Alles wordt ingedeeld in 4 groepen van 3 personen. De dertiende persoon is Jezus zelf (niet Judas) in dit schilderij. En wat is het belangrijkste : het hoofd van Jezus, meer bepaald zijn voorhoofd. Is dat niet het belangrijkste of het krachtigste waarover de mens beschikt : het denken, de wijsheid ? Het punt dat aangeduid wordt, lijkt zelfs het ‘derde’ oog, zoals men het punt noemt juist boven je wenkbrauwen in het midden….
Dertien is misschien niet toevallig ook het getal van hogere wijsheid, hogere inwijding. Had dit iets te maken met een verborgen boodschap van Da Vinci ? Naast wat in de Da Vinci-code genoemd wordt, nl. het sang réal, de bloedlijn met Maria-Magdalena op het schilderij ipv Johannes?
In één van de latere gevonden evangeliën die niet in de Bijbel opgenomen zijn, namelijk in het evangelie van Thomas zou Jezus zeggen : “Maar het Koninkrijk is binnenin jullie en buiten jullie. Als jullie jezelf kennen zullen jullie ook gekend worden…” Zo zijn er nog enkele voorbeelden te vinden in oude evangelieteksten.
Zelfkennis is belangrijk, was dat de verborgen boodschap van Da Vinci en in de evangeliën die de Bijbel niet gehaald hebben? Dezelfde boodschap als de heilige graal : die ligt in jezelf.
Zoals het vermelden van het schilderij in mijn boek meer betekende dan je dacht… Niets is wat het lijkt.

Foto van het Laatste Avondmaal van Da Vinci uit het boek ‘Geheime geometrie’ van Stephen Skinner.

Reisplannen in de streek van de Champagne ?

Voor wie reisplannen heeft in de streek van de Champagne en Bourgogne en iets wil zien rond de tempeliers. In Troyes en omgeving, de bakermat voor het ontstaan van de orde van de tempeliers, kan je sporen terugvinden. Een uitzending van France 3.

SUR LA TRACE DES TEMPLIERS

Pourquoi chercher plus loin – Inédit▫ SUR LA TRACE DES TEMPLIERS ▫Durant près de deux siècles, les Templiers ont assuré la protection des pèlerins qui partaient en Orient défendre le tombeau du Christ. Leur siège était à Jérusalem mais les Maisons du Temple étaient implantées dans toute l’Europe, et les Templiers n’ont oublié le berceau de leur ordre : la Champagne.C’est en effet à Payns, à quelques kilomètres de Troyes, que l’épopée a commencé. À la fin du XIe siècle, la première commanderie d’Occident est fondée avant la réunion d’un concile, dans la cathédrale de Troyes qui bouleversera l’histoire de la chrétienté. Un mythe est né.Les traces de cette chevalerie chrétienne sont présentes partout en Champagne pour qui sait les regarder. En forêt d’Orient, c’est une chapelle, une église, un clocher, les grands chênes qui murmurent d’anciennes légendes…Réalisateur : Jean-Louis AndréProduction : France 3 Champagne-ArdenneDurée : 26 min

Slået op af Temple de Paris i Søndag den 26. juni 2016

Tips van Roald Dahl

De verhalen van Roald Dahl zaten vol humor. Je dook als kind onder in een bizarre wereld vol fantasie waar een lach altijd aanwezig was. Vandaag is het Roald Dahl-dag, dus deelde vzw Cunamo de 7 tips die hij weggeeft op zijn website. Je kan er ook zijn stem horen tijdens een zeldzaam interview waarin hij spreekt over schrijven.

De tips vind je via deze link.

De regel van de tempeliers

De oudste gekende Latijnse kopie van de regels van de tempeliers bevindt zich in de bibliotheek Biekorf in Brugge. De kopie komt van de Cisterciënzerabdij van Ter Duinen (de moederabdij van Ter Doest uit Lissewege). Het was Bernardus van Clairvaux, de bekendste abt van de Cisterciënzers die de regel schreef. Zijn oom André de Montbard was één van de stichters van de tempeliers.

Wie het boek niet gelezen heeft, leest nu misschien best niet verder : SPOILER.

Voor wie het boek gelezen heeft of wie weet welk getal verborgen zit in de kerk van Lissewege : let op het nummer van het werk en op de tijdsduur van het filmpje 🙂 Alle cijfers uit de tijdsduur van het filmpje spelen een rol in de thriller Niets is wat het lijkt. Het witte dorp.

Dat zal wel weer toeval zijn.

Non nobis, Domine, non nobis, sed nomini tuo da gloriam

Op mijn youtube-kanaal heeft iemand met de naam ‘Angel of Fate’ de reactie : “Nōn nōbīs, Domine, nōn nōbīs, sed nōminī tuō dā glōriam” gepost.
Vrije vertaling : “Niet voor ons Heer, niet voor ons,
maar glorie enkel in uw naam”.


LET OP SPOILER VOOR WIE HET BOEK NOG NIET GELEZEN HEEFT : Dit is een zin uit psalm 113 (SPOILER : let op het getal) (113:9) van de Vulgaatbijbel. En zou het motto van de tempeliers geweest zijn.
Het komt echter ook voor in het stuk Henry V van W. Shakespeare waar de Engelse koning zijn soldaten laat knielen om naast het Te Deum dit lied te zingen voor de gesneuvelde soldaten.

Uit de film Henry V (2018)

Woorden uit het verleden

Soms moet je eens opruimen. Wat ik nu aan het doen ben : ander leven, ander werk, ander huis. Ik ben volop ‘grote kuis’ aan het houden. En dan vind je al eens iets terug. Zoals de scriptie, het interview dat ik in het derde of vierde middelbaar als groepswerk (we waren met een groepje van 3) moest afnemen van iemand met een speciaal beroep. We hadden gekozen van Johan Ballegeer, de schrijver uit mijn dorp Lissewege. ‘We’, ik moet eigenlijk zeggen, ik had het voorgesteld. En schrijver was een speciaal beroep, dus de twee anderen waren akkoord.

Ik wil jullie het interview niet onthouden. Want voor mij was het zeer speciaal om te lezen, zeker nu ik mijn eerste boek heb geschreven. Tijdens opzoekingswerken voor mijn boek, werd ik vaak met artikels en boeken van Johan Ballegeer over Lissewege geconfronteerd. En toen herinnerde ik mij plots dat ik jarenlang een foto van hem met handtekening op mijn kast staan had. Nu vind ik zijn interview terug. Enkele gele velletjes papier in een plastieken kaftje, getypt met een typmachine, waarin mijn oud geschrift soms een verbetering had aangebracht. De vragen zou ik nu wel anders stellen. Het zijn vragen van een vijf- of zestienjarige in de jaren tachtig.
Zou hij het eerste zaadje gepland hebben dat uiteindelijk geleid heeft tot mijn boek waarin de tempeliers en Lissewege een rol spelen ?

In ieder geval weet ik wel nog dat ik het ‘magisch’ vond om met een schrijver te praten, zelfs in zijn werkkamer, waar hij omringd zat met boeken en kasten die vol staken met steekkaarten waarop allerlei informatie geschreven was in een minitieus geschrift. Een magische kamer vond ik het. Iets meer dan dertig jaar later ben ik zelf officieel ‘schrijver’. Omringd door boeken. Niet met steekkaarten, maar met Evernote, notitieblok op smartphone, papieren notitieboek en losse briefjes om alles te onthouden. De magie van het schrijven heb ik al ontdekt. Nu nog een magische kamer vinden…

“We gingen vol verwachting naar de Europastraat 24 te Lissewege. Toen we daar aankwamen, werden we vriendelijk ontvangen door de vrouw van Johan Ballegeer. Zij zond ons naar het kamertje waar de schrijver werkt. Daar aangekomen, keuvelden we eventjes over koetjes en kalfjes en toen begonnen we aan het interview…
Waarom werd u eerst onderwijzer en bent u niet onmiddellijk schrijver geworden ?
Als ik 30 jaar geleden, toen ik begon te schrijven, evenveel succes had, zoals ik nu heb, dan zou ik schrijver geworden zijn. Maar dan wist men niet wie je was. Niemand vraagt je of je een boek wilt schrijven. Niemand kent je, ook de uitgevers niet. Je gaat zomaar in je eentje een boek schrijven. Je weet ook niet wat dat in het laatje zal brengen. Een moeilijke situatie. Ik ben gewoon in het onderwijs gegaan omdat mijn vader dat wou. Mijn vader vond dat ‘ideaal’ onderwijzer worden. Ik heb altijd geprobeerd er het beste van te maken (hier wijdt Johan Ballegeer eventjes uit). Als we zouden weten wat te doen als het te laat is, dan zou iedereen het anders doen. Toen dacht ik dat onderwijzer een ideaal beroep was. Nu voel ik me beter als schrijver.
Heeft u bepaalde studies moeten doen om schrijver te worden ?
Nee, dat kun je gewoon niet. Je kunt niet voor schrijver leren (hier gaf hij enkele voorbeelden). Je moet eerst en vooral een ontzettende documentatie aanleggen. Je moet bijna je eigen encyclopedie maken (hierop toonde hij zijn bakken met steekkaarten). Als je al het materiaal verzameld hebt, dan begin je een korte inhoud te maken zoals bijvoorbeeld bij een opstel. Nee, voor schrijver kun je niet leren. Dat ben je. Je bent een geboren ‘leugenaar’. Je kunt goed schrijven. Van sommige dingen ken je iets, bijvoorbeeld van schepen. Als je wat van techniek kent, schrijf je science-fictions. Maar ik ken niets van techniek. Ik weet alleen dat een raket omhoog gaat, als hij niet valt tenminste. Dus moet ik niet proberen een science-fiction te schrijven. Je kunt het of je kunt het niet. Je hebt gevoel voor ritme of voor muziek of voor een mooi verhaal. Zoals bijvoorbeeld bij ‘Geen meiden aan boord’ als Marjanne bij het graf van haar vader staat, heb ik zitten wenen. Als je dat niet hebt….
Waar haalt u de inspiratie vandaan ?
O, dat is niet moeilijk. Er gaat iets voorbij en hop, je hebt inspiratie. Mijn dochter bijvoorbeeld zat altijd op haar nagels te bijten. Toen heb ik Judith geschreven (hier geeft hij enkele voorbeelden). Maar inspiratie, als men mij maar kan zeggen wat inspiratie is. Ik weet het niet. Je ziet iets en zegt : ‘Hé, wat is dat ?’ en je gaat opzoekingen doen. Je denkt : ‘Is dat zo gegaan ?’. Je vindt het de moeite waard om verder te vertellen. Je hebt soms schrijvers die zeggen : ‘Ik had geen inspiratie.’ Dat wil zeggen : ‘Ik was te lui om te werken.’
Welk boek dat u zelf geschreven heeft, vindt u het mooist ?
Nou, ik vind het jongste het mooiste. Ik vind ‘Geen meiden aan boord’ het mooiste (hier wijdt hij eventjes uit).
Welke boeken schrijft u het liefst : historische of toeristische ?
Die toeristische boeken, dat is gewoon omdat men het aan me vraagt. Het liefst zou ik boeken schrijven zoals ‘Geen meiden aan boord’. Maar af en toe komt er een uitgeverij die wil dat ik bijvoorbeeld een boek over Brugge schrijf. Omdat men me dat vraagt, doe ik dat. ‘Geen meiden aan boord’ is me ook gevraagd, hoor. (Hierop legt hij uit hoe het gebeurde) (nu drinken we iets).
U schrijft veel historische boeken, waarom nooit science-fictions bijvoorbeeld ?
Wel, voor science-fictions moet je iets van techniek weten. Zoals ik al heb gezegd, weet ik daar niets over. Ten tweede : de mensen blijven even dom. Asl we hen steeds maar weer op hun stommiteiten uit het verleden drukken, begrijpen ze misschien dat ze uit het verleden kunnen leren. Er zijn altijd allerlei stommiteiten gebeurd. Mijn boeken zijn eigenlijk anti-oorlogsboeken (hier legt hij dit eventjes uit).
Bestonden enkele personages uit uw boeken in het werkelijke leven?
Wel, Judith, de eerste gravin van Vlaanderen bestond echt. ‘De H77 is gebleven’ is ook echt gebeurd. Er hangt zelfs een foto van de scheepsjongen in een kapel in Knokke-Heist. ‘Koning David’ is ook echt gebeurd. Ik zeg niet dat Marjanne uit ‘Geen meiden aan boord’ echt heeft bestaan zoals ze daar beschreven staat. Maar het liedje ‘daar was laatst een meisje loos’ bewijst het.
Wie tekent de omslagen van uw boeken?
Vroeger was dat S.V., maar die is plotseling ziek geworden. Zeer spijtig. Nu is het André Sollie. En die tekent zeer mooi. IK koos hem ook omdat hij de ontwerpen van de omslag geeft. Sommige illustrators willen dat niet doen. (hij toont enkele ontwerpen van omslagen die aan de muur hangen)
Hebt u zoals enkele acteurs en schrijvers een groot voorbeeld?
Ik probeer mezelf te zijn. God, nee. Ik vond het altijd zo vreselijk, zo van die jongetjes op de speelplaats : ‘ik ben Tahamata en ik ben die….’ Blijf jezelf. Je bent jezelf waard. Wat je zelf bent, ben je. Ik ken een meisje dat staat te wringen en te draaien zodat het Sandra Kim is. Ik vind het zo belachelijk dat het groot is. Vindt ze haarzelf niet goed genoeg? Iedereen heeft toch zijn eigen waarde. Waarom zou ik iemand nabootsen? Ik ben Johan Ballegeer en ik voel me goed in mijn vel. Ik heb niemand nodig. Er is niemand die moet zeggen dat ik moet doen. Dat wil niet zeggen dat ik in het begin geen raad heb gevraagd aan oudere collega’s, dat wel. Maar zo opkijken naar iemand? Nee. Ik heb wel een grote bewondering voor Filips de Schone (hierop wijst hij naar een beeld van Filips de Schone dat in de hoek van de kamer staat). Maar dat wil niet zeggen dat ik me aan hem optrek. Men moet zich aan zichzelf optrekken. Men moet proberen met ziekten, problemen, tegenslagen, ja zelfs met buizen door het leven te gaan.
Zit het schrijversbloed in de familie?
Mijn jongste dochter heeft ooit eens een verhaaltje geschreven voor Zonneland. Toen kreeg ze daar 2000 fr. voor. ‘Is ’t al,’ zei ze. ‘Ik doe het niet meer’. Ja, ze kunnen wel maar ze willen niet. Ze dacht dat ze er minstens een paard zou voor kunnen kopen. Zo rap gaat dat niet. Je moet kleintjes beginnen.


Dat waren de woorden van Johan Ballegeer, meer dan dertig jaar geleden. Jammer dat ik zijn ‘uitweidingen’ niet heb genoteerd, welke informatie gaf hij daar niet weg ? Informatie die een beginnend schrijver van pas zou kunnen komen, daar ben ik wel van overtuigd. Dus heb ik zelfs gedaan wat hij in het interview zei : klein beginnen en jezelf blijven. Vandaar een simpele thriller in eigen beheer uitgeven. In welke omstandigheden je ook zit : blijf altijd jezelf, blijf jezelf trouw en wat je ook wilt doen : het zijn de kleine daden, de kleine stapjes die kunnen zorgen voor een groot resultaat.

Dank je wel Johan Ballegeer, voor deze wijze raad uit het verleden.
Johan Ballegeer (1927-2006)

Foto : www.zwinstreek.eu