De geheimen van kerst: de kerststal

We plaatsen een kerststal in ons huis, maar wat is de betekenis daarvan? Is het louter een verwijzing naar het kerstverhaal in de Bijbel of zit er meer achter? Achter de kerststal zit er een volledige symboliek verborgen. Het is al meermaals vermeld dat de Bijbel vaak geheime boodschappen bevat, estorische (esoterisch=innerlijk, geheim in tegenstelling tot exoterisch= uiterlijk) kennis enkel voor ingewijden. Het is geen geheim dat de evangelisten soms een diepere betekenis hadden met hun teksten. Want het kerstverhaal gaat eigenlijk om een verhaal van spirituele groei, van initiatie.

De symboliek van de kerststal

Jozef staat voor het materiële, de materie, het leven van alledag (timmerman die iets maakt), terwijl Maria eerder het geestelijke zou vertegenwoordigen (de onbevlekte ontvangenis door God). Enigszins merkwaardig misschien omdat Maria, mater (moeder), materie dezelfde woordstam hebben en oudere volkeren de moedergodinnen verbonden met de aarde, met materie. Uit de verbintenis uit het materiële, het aardse met het geestelijke ontstaat een kind, Jezus. Of je kan het ook anders bekijken: Jozef is het aardse denken, Maria de hemelse ziel. Maria staat symbool voor zuiverheid. Een zuivere ziel. Dat zij een ziel zou vertegenwoordigen is niet zo merkwaardig, Maria wordt vaak geassocieerd met een zwaan, de zwaan die in ‘heidens’ geloof een zielenbegeleider was van gestorvenen op weg naar het paradijs om herboren te worden. Dus uit een zuivere, oude ziel in combinatie met het aardse denken, kan je via een ‘godsvonk’, een goddelijke ingreep (Maria was immers onbevlekt ontvangen via de Heilige Geest) herboren worden als een onschuldig kind.

De geheimen van kerst: de kerststal
Photo by NeONBRAND on Unsplash

De kerststal is je hart

Jezus staat voor het teruggaan naar je eigen innerlijk, je eigen kern, vandaar het zich bevinden in een stal. De stal staat symbool voor je eigen hart. Er was geen plaats in de herberg waar iedereen zich bevond, namelijk het uiterlijke leven (drinken, feesten, eten, vermaak,…), Jozef en Maria moesten naar een stal, zich in isolement terugtrekken. Bovendien wie zich enkel met het uiterlijke en het materiële leven bezighoudt, die begrijpt het innerlijke leven niet. Het is geen toeval dat Jezus in een kribbe, een teken van armoede, geboren wordt. Maar door het materiële af te zweren, kan je het licht zien. Waar Jezus geboren wordt, zie je een licht: een ster. Zijn aureool achter zijn hoofd, verwijst naar het licht, naar het zonnerad van het joelfeest (zie deze blog). Sterren verwijzen terug naar de gestorvenen overigens (denk maar aan onze voorouders die geloofden dat na de dood je terugkeert naar de sterren, cfr. sterrenkinderen). Net als de engel Gabriël (cfr. wie sterft bevindt zich bij de engelen) boven het kerststalletje. Twee symbolen die verwijzen naar gestorvenen: de ster en de engel. Engel komt van het woord ‘angelos‘ (Grieks), wat boodschapper betekent, in het Sanskriet betekent ‘angora‘, een goddelijke geest. Engelen en sterren hebben symbolisch al altijd een sterke band gehad.

De ster: een teken van ene ingewijde?

Overigens zouden sterren ook verwijzingen zijn naar ingewijden (denk maar aan het pentagram). Slechts door bezinning, nadenken over jezelf en door te leven volgens je hart, kan je opnieuw geboren worden, straal je licht uit, zie je het licht. Hart in het Hebreeuws is ‘lev‘, leven, maar leven volgens je hart is hard en je moet er lef voor hebben. Taalspelletjes, ik blijf het leuk vinden.

De os en de ezel

Maar wacht eens eventjes? Je hebt toch ook nog de os en de ezel? De os, de stier staat al eeuwenlang bekend om kracht en vruchtbaarheid. De ezel staat voor persoonlijkheid, koppigheid, maar is ook een lastdier dat helpt een last te dragen. De os en de ezel ademen op het kindje Jezus, ze staan in zijn dienst en blazen hem adem in (adem, Adam, Atman in het Sanskriet, athm in het Indo-Europees: levensadem, cfr. atmosfeer). Os komt etymologisch van het woord ‘been’, terwijl het woord ezel gelijkenissen vertoont met jezelf (neem de -j en de -f weg), in het Frans ‘âne’, gelijkt op het Franse woord voor ziel, âme (Duits: Seele, ziel en Esel, ezel). Dus zowel lichaam (os, beenderen) als ziel (ezel) zijn nodig om herboren te kunnen worden. Dat Jezus daarna op een ezel zit als hij Jeruzalem binnenrijdt, hoeft dan ook niet te verwonderen, hij heeft zijn ziel die hem vergezelt. De bijnaam van inwoners van mijn dorp, Lissewege, namelijk ezelboeren, lijkt nu plots iets aantrekkelijker: mensen die een ziel kweken 🙂

En de herders en de drie koningen dan? Dat is voor een andere blogpost over de drie koningen.

Vanwaar is het kerststalletje afkomstig?

O ja, vanwaar komt het kerststalletje dan? Het is Franciscus van Assisi (1172-1226) die een plaatselijk grot gebruikte, daar levende mensen en dieren in plaatste om het geboorteverhaal van Jezus uit te beelden. Het was een manier om het kerstverhaal te vertellen aan ongeletterde mensen. De Franciscanen verspreidden zich over Europa en zo kwamen er overal kerststallen, al dan niet in een levende versie. Toen Napoleon de kerken en kloosters sloot, ontstonden de huiselijke kerststallen. Als je iets niet in het openbaar mag vereren, dan doe je het thuis. Ook dat is nog niet veranderd.

bron: https://immaterieelerfgoed.be/nl/erfgoederen/kerststallencultuur-in-vlaanderen

Vervolg: de geheimen van kerst: A christmas carol (Charles Dickens)

Please follow and like us:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *