De geheimen van kerst: het joelfeest van de Germanen

Photo by Cullan Smith on Unsplash

Vandaag zijn we de kortste dag van het jaar. Officieel is dat altijd 21 december, maar in 2019 is 22 december 1 seconde korter dan de officiële datum 21 december. Op 21 december, de winterzonnewende, vierden de Germanen het Joelfeest. Een feest dat twaalf dagen duurde. In een volgende blogpost zal ik het hebben over de 12 heilige dagen en 13 heilige nachten vanaf kerst. Maar nu terug naar het joelfeest. Vuren werden aangestoken, wat we nu nog terugvinden overigens in onze kerststronk of kerstbuche in de vorm van een houtblok. Wij steken geen vuren meer aan, wij eten een houtstronk op. De tijden veranderen.  Nu ja, de Germanen hadden ook een feestmaal. Ze bliezen op hoorns, hielden vreugdevuren, er werd geschoten, kortom alles moest uit de kast gehaald worden opdat het rad van het leven weer in beweging kwam opdat de zon kon herrijzen. Een zonnerad werd in brand gestoken om de terugkeer van de zon te vieren. Later vind je de symboliek van zo’n zonnerad terug in een aureool. Het licht rondom een heilige, een persoon.

Een feest omdat de zon dan op zijn laagste punt stond, maar terug begon naar zijn klim naar boven met langere dagen tot gevolg. Oud vuur werd gedoofd en nieuw vuur werd aangestoken, zoals de lichtjes van een kerstboom. Het gevecht tussen winter en zomer.

Tijdens de joelfeesten rijdt Wodan met een razende stoet van overledenen door de hemel. Een andere naam hiervoor is de wilde jacht. Hij rijdt op zijn paard Sleipnir waarbij hij een speer in zijn had heeft. Een bijnaam van Odin (bij de Noren was Wodan Odin) is overigens Jólnir. Zoals ik al eens in een vorige blogpost vertelde, is Sinterklaas hiervan afgeleid. Maar toch doet dit ook denken aan Santa Claus, de kerstman, waarover later meer. De vrouwelijk tegenhanger uit latere oude legendes van de wilde jacht is vrouw Holle die een groep spokende vrouwen aanvoert, in onze streken ook vaak de ‘witte wieven’ genoemd.  Waarom raasden die gestorvenen door de hemel? Wel als de zon hoog staat aan de hemel, liggen de doden rustig in hun graf, maar tegen het einde van de herfst worden ze onrustig (denk maar aan Halloween) en in de periode van de joelfeesten bezoeken de overledenen, de geesten de mensen in hun woning. Daarom werd de tafel gedekt, offers gebracht, feestdronken uitgebracht op overledenen. Er werd immers geloofd dat als iemand overlijdt, die persoon niet sterft, nee, de goddelijke levenskracht (goddelijke vonk) werd niet vernietigd, maar bleef leven. Een overleden voorouder bleef dus altijd deel uitmaken van de gemeenschap. Het zijn de voorouders die via hun goddelijke krachten de vruchtbaarheid van mens, dier en gewas helpen bevorderen. Zij bestrijden de winter, de chaos. De levenden en doden vierden dus samen tijdens het joelfeest de wedergeboorte van de zon, van een nieuw jaar.

Cordes, J. W. – Wilde Jagd 1869

Een magische feest, al is het maar omdat Joel wellicht tovernarij of bezweringsfeest zou betekenen (jehan in Oudhoogduits is spreken). Het woord jicht heeft eenzelfde oorsprong als joel. Want jicht zou door een betovering veroorzaakt worden, dat wist je niet hé? Of ja, dat dachten onze voorouders toch.  Als je dus zegt dat kerstmis een magisch feest is, zit je er niet zo ver naast. De kerstmagie bestaat al eeuwenlang. Dat de joelfeesten (en dus ook het latere kerstfeest) ook initiatiefeesten inhielden, dat zie je terug in de symbolische betekenis van kerstmis gedurende de 12 heilige dagen en 13 heilige nachten. Maar daarvoor zul je een volgende blogpost moeten lezen, misschien na het eten van een kerstbuche?

Bronnen: GRIMMSMA, B., Het joelfeest. Een leidraad van Nederlands heidendom en WEGGEMAN, E.,  De symboliek van Kelten en Germanen.

Vervolg: de geheimen van kerst: de 12 lotsdagen en 13 heilige nachten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *